395px

Aangezien de liefde de boodschap van je hart is

Kahraman Tazeoğlu

Madem Ki Aşk Cemresidir Gönlün

Sevgili...
Yine bahar gelip vurdu kapımızı.
Ben ki yaktım bütün anılarımı,
Bölüştürdüm bütün şiirlerimi kayıp çocuklara.
Film bitmedi, son yazmadı henüz.
Takılıp kaldım yıllar öncesinin eylüle çalan bir yazında.
Hiçbir cemre dokunmadı bana, ısıtmadı yaz güneşleri.
Durup durup kendime yaktım yıllar boyu,
Onun için biraz is kokar libasım,
Onun için dağınık biraz saçlarım.
Ben ki bir dolu damıtılmış hüzündüm.
Korkardım bahara dokunmaktan olaki solardı yüzü,
Korkardım eylülleri azgınlaştıran baharı tutuşturan adam olmaktan.

Sevgili...
Her gece bir züleyha düşü görüyorum sen gibi,
Düşüyorum içimin kuyularına durmadan.
Yarım yamalak bir senaryo oysa herşey,
Uyanıyorum ki çoktan silinmiş bütün repliklerim.
Budur ürkmüşlüğüm, budur gizlenmişliğim,
Sabrım beni ancak buraya kadar getirdi.

Yoruldum artık sevgili, yoruldum karanfillere kan vermekten.
Anlayamadım bir türlü neden eylül hep on biri doğurur?
Ve neden aşkın çocukları yoktur?

Oysa sevgili...
Bir eylül günü, saklandığım hayattan çıkıp gelmek isterdim şimdi sana
Birikmiş bütün baharlarımı adayarak,
Koşarak doru taylar gibi yalınayak,
Çatlasın isterdim damarlarım çatlasın
Ve damarımda akan hüzün bu aşka karışmasın.
Yazık ki yine de eylül dolu ellerim, yine de derin bir sızı içimde,
Hüzünlü bir gülümseyiş bazen dudaklarımda.
Nasılsa biraz keder bulaşır her aşka,
Her aşka biraz gözyaşı, biraz kalp ağrısı.

Sevgili...
Bu senaryo, bu kuyu, bu eylül bırakmaz beni.
Geleceksen sen gelmelisin, hüzün kadar cesur aşklar takınarak.

Madem aşk cemresidir gönlün,
Gönlüme biraz bahar, biraz sen katarak....

Aangezien de liefde de boodschap van je hart is

Lieve...
Weer heeft de lente aan onze deur geklopt.
Ik heb al mijn herinneringen in vlammen gezet,
Ik heb al mijn gedichten verdeeld onder verloren kinderen.
De film is nog niet afgelopen, het einde is nog niet geschreven.
Ik ben blijven hangen in een zomer die klinkt als september van jaren geleden.
Geen enkele boodschap heeft me aangeraakt, de zon van de zomer heeft me niet verwarmd.
Ik heb mezelf jarenlang in brand gestoken,
Daarom ruikt mijn kleding een beetje naar rook,
Daarom zijn mijn haren een beetje rommelig.
Ik was een volle distillatie van verdriet.
Ik was bang om de lente aan te raken, uit angst dat zijn gezicht zou verwelken,
Ik was bang om de man te zijn die de september in vuur en vlam zette.

Lieve...
Elke nacht zie ik een Züleyha-droom zoals jij,
Ik val voortdurend in de putten van mijn binnenste.
Het is een halfslachtig scenario, terwijl alles,
Ik word wakker en al mijn teksten zijn al gewist.
Dit is mijn schrik, dit is mijn verborgenheid,
Mijn geduld heeft me slechts tot hier gebracht.

Ik ben moe, lieve, ik ben moe van het bloed geven aan anjers.
Ik begrijp maar niet waarom september altijd elf kinderen baart?
En waarom zijn er geen kinderen van de liefde?

Toch, lieve...
Op een septemberdag zou ik nu uit het leven dat ik verborgen hield willen komen,
Al mijn opgestapelde lentes aan jou opdragen,
Rennend als een jonge hengst, blootsvoets,
Ik zou willen dat mijn aderen barsten,
En dat het verdriet dat door mijn aderen stroomt, niet met deze liefde vermengd raakt.
Jammer genoeg zijn mijn handen weer vol september, weer een diepe pijn in mij,
Een treurige glimlach soms op mijn lippen.
Hoe dan ook, een beetje verdriet komt in elke liefde,
In elke liefde een beetje tranen, een beetje hartzeer.

Lieve...
Dit scenario, deze put, deze september laat me niet los.
Als je komt, moet je komen met de moed van liefdes zo dapper als verdriet.

Aangezien de liefde de boodschap van je hart is,
Voeg een beetje lente, een beetje van jou toe aan mijn hart....

Escrita por: