liefdeslieke
ik hem een lief in Boemmerkonten en een griet in Kakkershoek
een vriendin in Jaccamacca en ne schat in Achterbroek
en in Zichen-Zussen-Bolder loopt het vol mè joeng van mij
ik ken honderdduizend vrouwen, mor geen een gelak as gij
ik heb een Marokaanse aanhoudster die woont in Borgerhout
ik onderhou een negerin die mè ne neger is getrouwd
soems doen'k het ook met de serveus van die chinees hier heel dichtbij
ik hem gevrijd in alle kleuren, en soems ook wel is met u
van de statie tot de kaaien ken ik ieder entreneus
een travestiet in heuren blote hee voor mij niks mysterieus
in zen ne klant van alle hoeren, ik betaal m'n eigen blauw
ik gaf me geld aan heel wa mokkes, mor de duurste zedde gij,
mijn eigen vrouw
Canción de amor
Tengo una amante en Boemmerkonten y una chica en Kakkershoek
una amiga en Jaccamacca y un tesoro en Achterbroek
y en Zichen-Zussen-Bolder hay muchos jóvenes míos
conozco cien mil mujeres, pero ninguna como tú
Tengo una amante marroquí que vive en Borgerhout
mantengo a una mujer negra casada con un negro
a veces también lo hago con la camarera de ese chino muy cerca de aquí
he tenido relaciones en todos los colores, y a veces también contigo
Desde la estación hasta los muelles conozco a cada uno
un travesti desnudo no tiene misterios para mí
es un cliente de todas las prostitutas, gasto mi dinero sin medida
he dado dinero a muchas chicas, pero la más cara eres tú,
mi propia esposa