395px

Ámsterdam Llora

Kees Manders

Amsterdam Huilt

Als vader weer bladert in zijn fotoboek,
Dan sta je versteld als hij weer vertelt
Van de weesperstraat en de jodenhoek
Als hij dan verhaalt hoe het leven begon,
Bij het ontwaken, handel en zaken,
Humor en gein, dat was de levensbron
En had je een dag eens geen mazzel gehad,
Dan 's avonds naar de tip top waar je 't sores vergat
Soms riep d'r nog een in het late uur:
'k heb mooie olijven en uitjes in het zuur

Refr.:
Amsterdam huilt waar het eens heeft gelachen,
Amsterdam huilt, nog voelt het de pijn
Amsterdam huilt waar het eens heeft gelachen,
Amsterdam huilt want weg is de gein

Als vader verhaalt hoe de sabbath begon,
Dan sta je versteld als hij weer vertelt
Hoe de voorzanger 'ad-des-jem eilje nowa' zong
Bij het channeke feest gingen de kaarsjes weer aan,
Dan werd er gewenst, door god je gebenscht
Dat het hen allen weer goed maar zal gaan
Voor er werd geplunderd en uitgeroeid
Hebben daar jiddische je-ledjes gestoeid
Men noemde hen ras, oh god oh god,
Waarom mocht het er niet zo zijn zoals het er was?

Refr.

Op vrijdagavond koegel en peren,
Wie dat niet nascht, kan het ook niet waarderen
Het boek gaat dicht en met een traan in zijn ogen
Fluistert hij: mazzel en brooche voor de hele misjpoge
Mazzel en brooche voor de hele misjpoge
Mazzel en brooche voor de hele misjpoge

Ámsterdam Llora

Cuando papá vuelve a hojear su álbum de fotos,
Te sorprendes cuando vuelve a contar
Sobre la calle Weesper y el barrio judío
Cuando relata cómo comenzó la vida,
Con el despertar, el comercio y los negocios,
El humor y la diversión, esa era la fuente de vida
Y si un día no tenías suerte,
Entonces por la noche ibas al tip top donde olvidabas tus problemas
A veces alguien gritaba en la hora tardía:
'Tengo hermosas aceitunas y cebollitas en vinagre'

Estribillo:
Ámsterdam llora donde una vez rió,
Ámsterdam llora, aún siente el dolor
Ámsterdam llora donde una vez rió,
Ámsterdam llora porque se fue la diversión

Cuando papá cuenta cómo comenzaba el sabbath,
Te sorprendes cuando vuelve a contar
Cómo el cantor cantaba 'ad-des-jem eilje nowa'
En la fiesta de Janucá las velas se encendían de nuevo,
Se hacían deseos, por Dios te bendecían
Que a todos les vaya bien de nuevo
Antes de ser saqueados y exterminados,
Allí jugaban los niños judíos
Los llamaban raza, oh Dios, oh Dios,
¿Por qué no podía ser como era?

Estribillo

El viernes por la noche, pastel de carne y peras,
Quien no lo prueba, no lo puede apreciar
El libro se cierra y con una lágrima en sus ojos
Susurra: suerte y bendición para toda la familia
Suerte y bendición para toda la familia
Suerte y bendición para toda la familia

Escrita por: