Adam En Eva
Er waren eens twee kinderen, die hielden van elkaar
Ze speelden heel de lange dag, 't was een gelukkig paar
Ze woonden in een grote tuin vol kleuren en vol groen
Daar liepen ze de vlinders na en hoefden niets te doen
Ze kregen spel en zang en dans en bloemen en muziek
Maar een ding was verboden fruit:de appels der kritiek.
Zolang ze daar niet aankwamen ,was alles rust en vreugd
Maar als ze daar van plukten, dan verloren ze hun jeugd
Toen sloop op zekere dag een slang heel zacht het hoekje om
En zei: "toe, pluk die appels toch, want anders blijf je dom"
Ze plukten en sinds dat moment verveelden ze zich suf
Ze vonden alles grauw en saai en alles even duf
Ze maakten ruzie, niets was goed en niets kon ooit goed zijn
Geen vrucht die hun nog smaken kon, behalve naar azijn
Toen kwam de grote directeur en keek over de rand
En wees ze toen voor goed de deur van 't gouden sprookjesland
Zo werden ze de werkelijkheid van 't leven ingegooid
Ze werden wel volwassen, maar tevreden zijn ze nooit
Adán y Eva
Había una vez dos niños que se amaban
Jugaban todo el día, eran una pareja feliz
Vivían en un gran jardín lleno de colores y verde
Perseguían mariposas y no tenían que hacer nada
Tenían juegos, canciones, bailes, flores y música
Pero una cosa era fruta prohibida: las manzanas de la crítica
Mientras no las tocaran, todo era paz y alegría
Pero si las probaban, perdían su juventud
Un día, una serpiente se deslizó suavemente por la esquina
Y dijo: 'por favor, come esas manzanas, o si no seguirás siendo ignorante'
Las probaron y desde ese momento se aburrieron mucho
Todo les parecía gris y aburrido, todo igual de insípido
Discutían, nada estaba bien y nada podía estarlo
Ninguna fruta les sabía bien, solo les sabía a vinagre
Entonces llegó el gran director y miró por encima del borde
Y los echó para siempre de la tierra de cuento de hadas
Así fueron arrojados a la realidad de la vida
Se hicieron adultos, pero nunca fueron felices