La Tendresse
On peut vivre sans richesse
Presque sans le sous
Des seigneurs et des princesses
Y en a plus beaucoup
Mais vivre sans tendresse
On ne le pourrait pas
Non non non non
On ne le pourrait pas
On peut vivre sans la gloire
Qui ne prouve rien
Être inconnu dans l'histoire
Et s'en trouver bien
Mais vivre sans tendresse
Il n'en est pas question
Non non non non
Il n'en est pas question
Quelle douce faiblesse
Quel joli sentiment
Ce besoin de tendresse
Qui nous vient en naissant
Vraiment, vraiment, vraiment
Le travail est nécessaire
Mais s'il faut rester
Des semaines sans rien faire
Hé bien, on s'y fait
Mais vivre sans tendresse
Le temps nous paraît long
Non non non non
Le temps nous paraît long
Dans le feu de la jeunesse
Naissent les plaisirs
Et l'amour fait des prouesses
Pour nous éblouir
Oui mais sans la tendresse
L'amour ne serait rien
Non non non non
L'amour ne serait rien
Quand la vie impitoyable
Vous tombe dessus
On n'est plus qu'un pauvre diable
Broyé et déçu
Alors sans la tendresse
D'un cœur qui nous soutient
Non non non non
On n'irait pas plus loin
Un enfant vous embrasse
Parce qu'on le rend heureux
Tout nos chagrins s'effacent
On a les larmes aux yeux
Mon dieu, mon dieu, mon dieu
Dans votre immense sagesse
Immense ferveur
Faites donc pleuvoir sans cesse
Au fond de nos cœurs
Des torrents de tendresse
Pour que règne l'amour
Règne l'amour
Jusqu'à la fin des jours
De Tederheid
Je kunt leven zonder rijkdom
Bijna zonder centen
Van heren en prinsessen
Zijn er niet veel meer
Maar leven zonder tederheid
Dat zou niet kunnen
Nee nee nee nee
Dat zou niet kunnen
Je kunt leven zonder roem
Die niets bewijst
Onbekend zijn in de geschiedenis
En je er goed bij voelen
Maar leven zonder tederheid
Daar is geen sprake van
Nee nee nee nee
Daar is geen sprake van
Wat een zachte zwakte
Wat een mooi gevoel
Die behoefte aan tederheid
Die ons bij de geboorte komt
Echt, echt, echt
Werk is noodzakelijk
Maar als we wekenlang
Niets hoeven te doen
Nou, daar wennen we aan
Maar leven zonder tederheid
De tijd lijkt lang
Nee nee nee nee
De tijd lijkt lang
In het vuur van de jeugd
Ontstaan de geneugten
En de liefde doet wonderen
Om ons te verblinden
Ja, maar zonder de tederheid
Zou de liefde niets zijn
Nee nee nee nee
Zou de liefde niets zijn
Wanneer het meedogenloze leven
Je overvalt
Ben je niet meer dan een arme duivel
Verpletterd en teleurgesteld
Dus zonder de tederheid
Van een hart dat ons steunt
Nee nee nee nee
Zouden we niet verder komen
Een kind kust je
Omdat je hem gelukkig maakt
Al onze verdriet verdwijnt
We hebben tranen in onze ogen
Mijn god, mijn god, mijn god
In uw immense wijsheid
En immense vurigheid
Laat alsjeblieft eindeloos regenen
In onze harten
Stromen van tederheid
Zodat de liefde heerst
Heerst de liefde
Tot het einde der dagen