Als de lichtjes doven
Op een slagveld klonk een stem
Was van ver te horen
Zong dat er in Bethlehem
Een kindje was geboren
In die nacht, zo stil en groot
Zwegen de kanonnen
Die zijn bij het morgenrood
Toch opnieuw begonnen
Kerstmis lijkt ons keer op keer
Vrede te beloven
Maar kanonnen dreunen weer
Als de lichtjes doven
Donkere Zuid-Afrikaan
Honger moet je lijden
Mag niet naar je vader gaan
Bent van hem gescheiden
Wie dit hebben uitgedacht
Komen allen samen
Zingen plechtig: 'Stille nacht'
Zonder zich te schamen
Kerstmis lijkt ons keer op keer
Vriendschap te beloven
Maar dan gaan ze altijd weer
Alle lichtjes doven
Turk en Griek en Marokkaan
Mogen die hier blijven?
Mogen die hier ook bestaan
Of zal men ze verdrijven?
Kerstmis doet ons telkens weer
Beterschap beloven
Laat dan deze ene keer
Het lichtje niet weer doven
Cuando las luces se apagan
En un campo de batalla se escuchó una voz
Se podía oír desde lejos
Cantaba que en Belén
Un niño había nacido
En esa noche, tan silenciosa y grande
Los cañones callaron
Pero al amanecer
Comenzaron de nuevo
La Navidad parece una y otra vez
Prometer paz
Pero los cañones retumban de nuevo
Cuando las luces se apagan
Un sudafricano oscuro
Debes sufrir hambre
No puedes ir con tu padre
Estás separado de él
Quienes hayan planeado esto
Se reúnen todos juntos
Cantan solemnemente: 'Noche de paz'
Sin avergonzarse
La Navidad parece una y otra vez
Prometer amistad
Pero luego siempre
Todas las luces se apagan
Turco, griego y marroquí
¿Pueden quedarse aquí?
¿Pueden existir aquí también?
¿O serán expulsados?
La Navidad nos hace prometer una y otra vez
Mejoría
Entonces, esta vez
Que la luz no se apague de nuevo