Die Kleine Kneipe
der Abend senkt sich auf die Dächer der Vorstadt,
die Kinder am Hof müssen heim.
die Krämersfrau fegt das Trottoir vor dem Laden,
ihr Mann trägt die Obstkisten rein.
der tag ist vorrüber, die Menschen sind müde,
doch viele gehen nicht gleich nach Haus.
dort drüben klingt aus einer offnen Türe,
Musik auf den Gehsteig herraus.
die klein Kneipe in unserer Straße,
da wo das Leben noch Lebenswert ist.
dort in der Kneipe in unserer Straße,
da fragt dich keiner was du hast oder bist.
die Postkarten dort an der Wand in der Ecke,
das Foto vom Fußballverein.
das Stimmengewirr, die Musik aus der Jukebox,
all das ist ein stückchen daheim.
du wirfst einen Cent in den Münzautomaten,
schaaust andern beim Kartenspiel zu.
und stehs't mit dem Pils in der Hand an der Theke
und bist gleich mit jedem per du.
und nocheinmal:
die klein Kneipe in unserer Straße,
da wo das Leben noch Lebenswert ist.
dort in der Kneipe in unserer Straße,
da fragt dich keiner was du hast oder bist.
man redet sich heiss und spricht sich von der Seele,
was einem die Laune vergellt.
bei Korn und bei Bier findet mancher die Lösung,
für alle Probleme der Welt.
wer hunger hat der bestellt Würstchen mit Kraut,
weil es andere Speisen nicht gibt.
die Rechnung die steht auf dem Bierdeckel drauf,
doch beim Wirt hier hat jeder Kredit.
und jetzt alle:
die klein Kneipe in unserer Straße,
da wo das Leben noch Lebenswert ist.
dort in der Kneipe in unserer Straße,
da fragt dich keiner was du hast oder bist
De Kleine Kroeg
de avond daalt neer op de daken van de wijk,
de kinderen in de hof moeten naar huis.
de vrouw van de kruidenier veegt het trottoir voor de winkel,
haar man draagt de fruitkisten naar binnen.
de dag is voorbij, de mensen zijn moe,
maar velen gaan niet meteen naar huis.
daar aan de overkant klinkt uit een open deur,
muziek die de stoep op komt.
de kleine kroeg in onze straat,
daar waar het leven nog de moeite waard is.
daar in de kroeg in onze straat,
daar vraagt niemand wat je hebt of bent.
de ansichtkaarten daar aan de muur in de hoek,
de foto van de voetbalclub.
de stemmenmix, de muziek uit de jukebox,
al dat is een stukje thuis.
jij gooit een cent in de muntautomaat,
kiest anderen bij het kaartspel.
en staand met je pils in de hand aan de bar
ben je gelijk met iedereen op je gemak.
en nogmaals:
de kleine kroeg in onze straat,
daar waar het leven nog de moeite waard is.
daar in de kroeg in onze straat,
daar vraagt niemand wat je hebt of bent.
men praat zich warm en spreekt zich van de ziel,
wat je humeur verpest.
bij jenever en bier vindt menigeen de oplossing,
voor alle problemen van de wereld.
wie honger heeft, bestelt worst met zuurkool,
want andere gerechten zijn er niet.
de rekening staat op de bierviltje geschreven,
maar bij de kroegbaas heeft iedereen krediet.
en nu allemaal:
de kleine kroeg in onze straat,
daar waar het leven nog de moeite waard is.
daar in de kroeg in onze straat,
daar vraagt niemand wat je hebt of bent.
Escrita por: Pierre Kartner