Goldrausch
Endlos weit nur Fels und Sand.
Ein Baum, vom Südwind gebaut.
Tiefe Furchen in der Hand.
Die Sonne brennt auf der Haut.
Ein paar Männer nur, vom Abgrund nicht weit,
für zwei Unzen Gold zu allem bereit.
Goldrausch, wenn abends die Sonne versinkt,
Goldrausch, wenn die Seele im Whisky ertrinkt,
sitzen Männer am Feuer und träumen den ewigen Traum.
Oh! Goldrausch, wenn morgens das Feuer verglüht,
Goldrausch, das Fieber die Herzen besiegt,
bleibt am Ende der Nacht doch nur einer, der alles sich nimmt.
In der Sonne glühend heiss,
die Augen hungrig vor Gier,
zahlen sie mit Staub und Schweiss,
doch am Ende bleiben sie hier.
Nur das Gold allein ist es nicht wert,
war das Leben dann für immer entehrt.
Goldrausch, wenn abends die Sonne versinkt,
Goldrausch, wenn die Seele im Whisky ertrinkt,
sitzen Männer am Feuer und träumen den ewigen Traum.
Oh! Goldrausch, wenn morgens das Feuer verglüht,
Goldrausch, das Fieber die Herzen besiegt,
bleibt am Ende der Nacht doch nur einer, der alles sich nimmt.
Bleibt am Ende der Nacht doch nur einer, der alles sich nimmt
Goudkoorts
Eindeloos ver alleen maar rots en zand.
Een boom, door de zuidenwind gebouwd.
Diepe sporen in de hand.
De zon brandt op de huid.
Een paar mannen, niet ver van de afgrond,
voor twee ounces goud, zijn ze tot alles bereid.
Goudkoorts, als 's avonds de zon ondergaat,
Goudkoorts, als de ziel in whisky verdrinkt,
zitten mannen bij het vuur en dromen de eeuwige droom.
Oh! Goudkoorts, als 's morgens het vuur dooft,
Goudkoorts, het koorts overwint de harten,
blijft aan het einde van de nacht toch maar één over, die alles neemt.
In de zon gloeiend heet,
de ogen hongerig van hebzucht,
betalen ze met stof en zweet,
maar aan het einde blijven ze hier.
Alleen het goud is het niet waard,
was het leven dan voor altijd onteerd.
Goudkoorts, als 's avonds de zon ondergaat,
Goudkoorts, als de ziel in whisky verdrinkt,
zitten mannen bij het vuur en dromen de eeuwige droom.
Oh! Goudkoorts, als 's morgens het vuur dooft,
Goudkoorts, het koorts overwint de harten,
blijft aan het einde van de nacht toch maar één over, die alles neemt.
Blijft aan het einde van de nacht toch maar één over, die alles neemt.