Refrain
ちかづくしろいあしおと
Chikaduku shiroi ashioto
ぬれたおもいはいまも
Nureta omoi wa ima mo
れんがにはりついたまま
RENGA ni haritsuita mama
しずかにあきのまくはおりた
Shizuka ni aki no maku wa orita
にぎわうえがおにあふれまちはふゆをむかえた
Nigiwau egao ni afure machi wa fuyu wo mukaeta
ひとりがさびしいよるにあかりがぼくをさそい
Hitori ga sabishii yoru ni akari ga boku wo sasoi
しらずしらずにのぼってきてたとけいだいから
Shirazu shirazu ni nobotte kiteta tokei dai kara
よぞらをみあげれば
Yozora wo miagereba
きみがいた
Kimi ga ita
なりひびくかねのうえでせいざとなって
Narihibiku kane no ue de seiza to natte
いつでもぼくをみつめてくれていた
Itsudemo boku wo mitsumete kureteita
だけどもうだきしめてることもできないよね
Dakedo mou dakishimeteru koto mo dekinai yo ne?
だってとどかないよ
Datte todokanai yo
にじんできえてく
Nijinde kieteku
きせつはCOATをはおり
Kisetsu wa COAT wo haori
こおるいのちをとかし
Kooru inochi wo tokashi
よぞらにちりばめながら
Yozora ni chiribame nagara
かすかなほしをえがく
Kasukana hoshi wo egaku
げんそうのまち
Gensou no machi
あおくのひかったとけいだいから
Aoku no hikatta tokei dai kara
みあげたそらにまた
Miageta sora ni mata
きみがさく
Kimi ga saku
なりひびくかねのうえでせいざとなって
Narihibiku kane no ue de seiza to natte
いつでもぼくをみつめてくれている
Itsudemo boku wo mitsumete kureteiru
もうにどとだきしめることもできないけど
Mou nido to dakishimeru koto mo dekinai kedo
もうとどかないけど
Mou todokanai kedo
またふゆがくれば
Mata fuyu ga kureba
あえるよね
Aeru yo ne?
まっしろなきみをひきたてる
Masshirona kimi wo hikitateru
ぼくはいましっこくのはいけいになるよ
Boku wa ima shikkoku no haikei ni naru yo
かがやくほしたちのなかにいるのなら
Kagayaku hoshitachi no naka ni iru no nara
ゆきになってこのてのひらのなかへ
Yuki ni natte kono te no hira no naka e
Refrein
De witte voetstappen komen dichterbij
Natte gedachten zijn er nog steeds
Plakken vast aan de bakstenen
Stil valt de herfstgloed naar beneden
De stad bruist van blije gezichten, de winter is gekomen
In de eenzame nacht roept het licht me
Onbewust kwam ik omhoog van de kloktoren
Als ik naar de sterrenhemel kijk
Was jij daar
Op de klank van de bel, in een houding van een sterrenbeeld
Kijk je altijd naar me
Maar ik kan je niet meer omarmen
Want het is onbereikbaar voor mij
Het vervaagt en verdwijnt
De seizoenen dragen een jas
Smelten het bevroren leven
Terwijl het zich verspreidt in de sterrenhemel
Teken ik een zwakke ster
In de stad van illusies
Van de blauwe kloktoren die het licht weerkaatst
Kijk ik weer naar de lucht
Waar jij weer bloeit
Op de klank van de bel, in een houding van een sterrenbeeld
Kijk je altijd naar me
Ik kan je niet meer omarmen
Maar het is onbereikbaar voor mij
Als de winter weer komt
Zullen we elkaar weer zien
Jij, stralend in het wit
Ik word nu de donkere achtergrond
Als ik tussen de schitterende sterren ben
Word ik sneeuw en kom ik in je handpalm.