Jij jij
Op die dag toen je voor me stond.
Op die dag toen ik jou daar vond.
Toen, toen wist ik...
Jij jij jij, je bent voor mij,
de zon en ieder jaargetij.
Een lentewind zo koel en toch zo zacht.
Ik voel me blij als jij naar me lacht.
Ja jij jij jij, je bent m'n zon,
de blauwe lucht, m'n levensbron,
Een oud refrein, droevig en toch blij.
Geluk en pijn dat ben jij voor mij.
Ja ik wou, och heel even maar,
nog één keer samen bij elkaar.
maar, nu weet ik...
Jij jij jij, bent niet voor mij,
want jij ging heen en liet me vrij.
Je dacht niet meer aan liefde en geluk.
Jij maakte plots, m'n wereld stuk.
Ja jij jij jij, je was m'n zon.
't Geluk dat ik niet houden kon
Ik weet het wel het is nu lang voorbij.
Maar toch ben jij, nog alles voor mij.
Ja jij jij jij, bent niet voor mij,
want jij ging heen en liet me vrij.
Je dacht niet meer aan liefde en geluk.
Jij maakte plots, m'n wereld stuk.
Jij jij
En ese día cuando estabas frente a mí.
En ese día cuando te encontré allí.
Entonces, entonces supe...
Tú tú tú, eres para mí,
el sol y cada estación.
Un viento primaveral tan fresco y suave.
Me siento feliz cuando me sonríes.
Sí tú tú tú, eres mi sol,
el cielo azul, mi fuente de vida.
Un viejo estribillo, triste pero alegre.
La felicidad y el dolor eres tú para mí.
Sí quise, oh solo por un momento,
una vez más juntos.
Pero, ahora sé...
Tú tú tú, no eres para mí,
pues te fuiste y me dejaste libre.
Ya no pensabas en el amor y la felicidad.
De repente, destruiste mi mundo.
Sí tú tú tú, eras mi sol.
La felicidad que no pude retener.
Sé que ya pasó hace mucho tiempo.
Pero aún así, eres todo para mí.
Sí tú tú tú, no eres para mí,
pues te fuiste y me dejaste libre.
Ya no pensabas en el amor y la felicidad.
De repente, destruiste mi mundo.