Het huis dat ik wil
Het huis dat ik wil,
waar de zee het ziet
en bomen met fruit
om me te verwennen.
Dat er een pad naartoe
glanst van de dauw,
niet ver van de dennen
waar de regen kalmeert.
Voor als ik rust nodig heb
moet de maan er komen;
en als de zon opkomt
moet hij me goedemorgen zeggen.
Dat in de zomer
de zwaluw nestelt
op het rijke kalkwit
van de veranda met bijen.
Luister naar het lied
van de boer die ploegt;
met de zoute lucht
van de zeewind.
Dat de stad zichtbaar is
vanuit het raam,
en dat de kreten
van oorlog of feest te horen zijn:
om er snel te zijn
als er iets gebeurt.