Con Elegancia
Incluso cuando se sienten como romanos
- de aquellos de la época de la decadencia-
Se rascan la memoria con las dos manos
Sin poder hablar más que con su silencio.
Y ya no quieren hacerse amar
Porque se dan muy poca importancia.
Están desesperados,
Pero con elegancia....
Sienten la pendiente más resbaladiza
Que antaño, cuando su cuerpo aún era ligero.
Y leen en los ojos de las hechiceras
Que cincuenta años es una provincia.
Y queman su juventud moribunda
Aparentando que les hace gracia
Están desesperados,
Pero con elegancia...
Y van atravesando los bares
Donde ya son los más viejos
Salpicando con las propinas
A callados camareros.
Y les susurran barbaridades
A hembras que casi están rancias.
Están desesperados,
Pero con elegancia...
Conocen el peso de su cobardía
Y pueden no perdonarse jamás;
Y saben prescindir un día y otro día
De eso que se entiende por felicidad.
Y aunque ya casi no hay en qué soñar
Se sienten orgullosos
Porque aún bailan sus almas.
Están desesperados,
Pero con elegancia.
Met Elegantie
Zelfs als ze zich voelen als Romeinen
- van die uit de tijd van de decadentie -
Krabben ze in hun geheugen met twee handen
Zonder meer te kunnen zeggen dan met hun stilte.
En ze willen niet meer bemind worden
Omdat ze zichzelf weinig belangrijk vinden.
Ze zijn wanhopig,
Maar met elegantie....
Ze voelen de glibberigste helling
Dan ooit, toen hun lichaam nog licht was.
En ze lezen in de ogen van de heksen
Dat vijftig jaar een provincie is.
En ze verbranden hun stervende jeugd
Alsof het hen iets doet.
Ze zijn wanhopig,
Maar met elegantie...
En ze lopen door de cafés
Waar ze al de oudste zijn
En gooien met de fooien
Naar stille ober.
En ze fluisteren onzin
Naar vrouwen die bijna vergaan zijn.
Ze zijn wanhopig,
Maar met elegantie...
Ze kennen het gewicht van hun lafheid
En kunnen zichzelf nooit vergeven;
En ze weten elke dag weer
Af te zien van datgene wat geluk heet.
En hoewel er bijna niets meer is om van te dromen
Voelen ze zich trots
Omdat hun zielen nog dansen.
Ze zijn wanhopig,
Maar met elegantie.