Stolen Child
Where dips the rocky highland
Of Sleuth Wood in the lake
There lies a leafy island
Where flapping herons wake
The drowsy water-rats
There we've hid our faery vats
Full of berries
And of reddest stolen cherries
Come away, O human child
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand
For the world's more full of weeping
Than you can understand
Where the wave of moonlight glosses
The dim grey sands with light
By far off furthest Rosses
We foot it all the night
Weaving olden dances
Mingling hands and mingling glances
Till the Moon has taken flight
To and fro we leap
And chase the frothy bubbles
Whilst the world is full of troubles
And is anxious in its sleep
Where the wandering water gushes
From the hills above Glen-Car
In pools among the rushes
That scarce could bathe a star
We seek for slumbering trout
And whispering in their ears
Give them unquiet dreams
Leaning softly out
From ferns that drop their tears
Over the young streams
Away with us he's going
The solemn-eyed
He'll hear no more the lowing
Of the calves on the warm hillside
Or the kettle on the hob
Sing peace into his breast
Or see the brown mice bob
Round and round the oatmeal chest
For he comes, the human child
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand
For the world's more full of weeping
Than you can understand
Gestolen Kind
Waar de rotsachtige hooglanden
Van Sleuth Wood in het meer duiken
Ligt daar een groene eiland
Waar flaporen de reigers wekken
De slaperige waterratten
Daar hebben we onze feeënvaten verstopt
Vol met bessen
En met de roodste gestolen kersen
Kom weg, o mensenkind
Naar de wateren en de wildernis
Met een fee, hand in hand
Want de wereld is voller van tranen
Dan je kunt begrijpen
Waar de golf van het maanlicht glanst
Over de doffe grijze zand met licht
Bij verre, verste Rosses
Dansen we de hele nacht
Weven oude dansen
Mengend handen en blikken
Tot de maan is opgestegen
Van hier naar daar springen we
En achtervolgen de schuimige bellen
Terwijl de wereld vol problemen is
En zich ongerust in zijn slaap
Waar het zwervende water stroomt
Van de heuvels boven Glen-Car
In poelen tussen de riet
Die nauwelijks een ster konden baden
Zoeken we naar slapende forellen
En fluisteren in hun oren
Geven ze onrustige dromen
Zacht leunend uit
Van varens die hun tranen laten vallen
Over de jonge stromen
Weg met ons gaat hij
De ernstig kijkende
Hij zal niet meer horen het geloei
Van de kalfjes op de warme heuvel
Of de ketel op het fornuis
Zingt vrede in zijn borst
Of de bruine muizen zien bobbelen
Rond en rond de havermoutkist
Want hij komt, het mensenkind
Naar de wateren en de wildernis
Met een fee, hand in hand
Want de wereld is voller van tranen
Dan je kunt begrijpen
Escrita por: Mac Kennitt Loreena