395px

Hein de Bruin

Louis Davids

Hein de Bruin

De stoker, Hein de Bruin
Die had een stukkie tuin
Zoo'n volkstuintje, met kool en anjelieren
Eens groef hij in de grond
Toen hij een muntje vond
Een geldstuk uit den tijd der Batavieren
Hein dacht direct: "Ik ga
Naar Madame Sylvia
Hier leit beslist een schat, mijn kans staat prachtig!"
En toen de slaapster sliep
Toen zei ze: "Graaf maar diep
Ik krijg van u de somma van drie-tachtig!"
En Hein groef stiekum iederen nacht
Maar 't nieuws vloog naar de Lindengracht

En heb je 't al gehoord van Hein de Bruin?
O, wat griezelig!
Die graaft bij nacht en ontij in zijn tuin
O, wat griezelig!
Als ieder slaapt, dan zie je Hein
Wroeten in de maneschijn
Dat kan geen zuiv're koffie zijn
Dat gepruts van Oome Hein

Hein werd door heel de buurt
Wantrouwig nagegluurd
Zijn nacht'lijke doen bracht tongen aan het roeren
Ze zwierven om het gat
Dat Hein gegraven had
Of lagen achter 'n struik naar hem te loeren
Wie naar z'n volkstuin ging
Nam ter beveiliging
Het broodmes mee, als was daar wat te vreezen
Als Hein een pakje droeg
Dan zei men luid genoeg:
"Dat zal wel weer een kinderlijkie wezen!"
Men smoesde zoo maar op de gis:
"Bepaald artikel zoveel bis"

En heb je 't al gehoord van Hein de Bruin?
O, wat griezelig!
Die graaft bij nacht en ontij in zijn tuin
O, wat griezelig!
Als ieder slaapt, dan zie je Hein
Wroeten in de maneschijn
Dat kan geen zuiv're koffie zijn
Dat gepruts van Oome Hein

De fantasie ging voort
Men kwam van kindermoord
Geleidelijk op meer volwassen dooien
Men kwam tot dit besluit:
Hij gaat met meissies uit
Om ze na afloop in die kuil te gooien
Toen, op een nacht bij een
Kreet eensklaps tante Leen:
"Waar zou mijn dochter blijven. O, verbeeld je!
Ze zei vanavond: "Moe
'k Ga naar Tuschinski toe"
Ik zoek me gek en nergens zie ik Neeltje!"
De melkboer roep: "Direct naar Hein!
Dit zal zijn laatste lustmoord zijn!"

En heb je 't al gehoord van Hein de Bruin?
O, wat griezelig!
Die graaft bij nacht en ontij in zijn tuin
O, wat griezelig!
Als ieder slaapt, dan zie je Hein
Wroeten in de maneschijn
Dat kan geen zuiv're koffie zijn
Dat gepruts van Oome Hein

Hein groef bedaard naar goud
Toen eensklaps een stuk hout
Hem velde, en een stem riep: "Maagdenrover!
Je schurkenspel is uit
Graaf op je laatste bruid!
Geef de restanten van het meissie over!"
De slager trok zijn mes
De melkboer greep een flesch
Heins uiterlijk werd lichteliik geschonden
Toen eind'lijk het schlemiel
Dan van zijn stokke viel
Kwam plots de tijding: "Neeltje is gevonden!"
Toen Hein ter plaatse gaf de geest
Zei men: " 't Is een abuis geweest!"

En heb je 't al gehoord van Hein de Bruin?
O, wat griezelig!
Die graaft bij nacht en ontij in zijn tuin
O, wat griezelig!
Als ieder slaapt, dan zie je Hein
Wroeten in de maneschijn
Dat kan geen zuiv're koffie zijn
Dat gepruts van Oome Hein

Hein de Bruin

El fogonero, Hein de Bruin
Que tenía un pedacito de jardín
Un huerto popular, con coles y claveles
Una vez cavó en la tierra
Y encontró una moneda
Una moneda de la época de los Batavos
Hein pensó de inmediato: "Voy a
Ir a Madame Sylvia
Aquí seguramente hay un tesoro, ¡mi oportunidad es excelente!"
Y cuando la durmiente dormía
Ella dijo: "Cava profundo
¡Te debo la suma de tres ochenta!"
Y Hein cavaba furtivamente cada noche
Pero la noticia llegó a la Lindengracht

¿Ya escuchaste sobre Hein de Bruin?
¡Oh, qué escalofriante!
Que cava de noche en su jardín
¡Oh, qué escalofriante!
Cuando todos duermen, ves a Hein
Removiendo a la luz de la luna
Eso no puede ser algo limpio
Esa chapuza de Tío Hein

Hein fue observado con desconfianza
Por todo el vecindario
Sus acciones nocturnas despertaron chismes
Rondaban alrededor del agujero
Que Hein había cavado
O se escondían detrás de un arbusto para espiarlo
Quien iba a su huerto
Llevaba un cuchillo como protección
Por si acaso hubiera peligro
Si Hein llevaba un paquete
Entonces decían lo suficientemente alto:
"¡Seguramente es otro niñito!"
Se murmuraba sin fundamento:
"Definitivamente artículo tantos bis"

¿Ya escuchaste sobre Hein de Bruin?
¡Oh, qué escalofriante!
Que cava de noche en su jardín
¡Oh, qué escalofriante!
Cuando todos duermen, ves a Hein
Removiendo a la luz de la luna
Eso no puede ser algo limpio
Esa chapuza de Tío Hein

La fantasía continuaba
Se pasó de infanticidio
Gradualmente a muertes más adultas
Se llegó a esta conclusión:
Él salía con chicas
Para luego arrojarlas a ese agujero
Entonces, una noche, de repente
Gritó la tía Leen:
"¿Dónde estará mi hija? ¡Oh, imagínate!
Esta noche dijo: 'Mamá
Voy al Tuschinski'
¡Estoy buscando por todos lados y no veo a Neeltje!"
El lechero gritó: "¡Directo a Hein!
¡Este será su último asesinato por placer!"

¿Ya escuchaste sobre Hein de Bruin?
¡Oh, qué escalofriante!
Que cava de noche en su jardín
¡Oh, qué escalofriante!
Cuando todos duermen, ves a Hein
Removiendo a la luz de la luna
Eso no puede ser algo limpio
Esa chapuza de Tío Hein

Hein cavaba tranquilamente en busca de oro
Cuando de repente un trozo de madera
Lo derribó, y una voz gritó: "¡Raptor de doncellas!
¡Tu juego de villano ha terminado
¡Cava hasta encontrar a tu última novia!
Entrega los restos de la chica!"
El carnicero sacó su cuchillo
El lechero agarró una botella
La apariencia de Hein fue ligeramente dañada
Cuando finalmente el desgraciado
Cayó de su bastón
Llegó la noticia: "¡Neeltje ha sido encontrada!"
Cuando Hein dio su último aliento
Dijeron: "¡Ha sido un error!"

¿Ya escuchaste sobre Hein de Bruin?
¡Oh, qué escalofriante!
Que cava de noche en su jardín
¡Oh, qué escalofriante!
Cuando todos duermen, ves a Hein
Removiendo a la luz de la luna
Eso no puede ser algo limpio
Esa chapuza de Tío Hein

Escrita por: