In het bosch
Als het mei wordt, krijg ik altijd schokjes in mijn kuiten
En wil ik naar buiten
Waar de spreeuwen fluiten
'k steek mijn jongens in een splinternieuw confectiepakkie
'k grijp mijn stikke zakkie
En 't heele kattebakkie
Tippelt dan ijskoud
Met mij naar 't maagdelijke woud
In het bosch
In het bosch
Op het geurig zachte mos
Lig je onder de groene boomen
Met een rustigen lach
Op een blijden zonnedag
Van geluk en zaligheid te droomen
Tante neel, een ingekrompen schele, ouwe vrijster
Roept, als zij een kraai ziet:
"kijk 's jan, een lijster"
Dikke nelis zegt bedaard: "nee tante, 't is een sijsie
'k hoor het aan zijn wijsie
Wedden om een bijsie?"
Arie zegt heel saai:
"krijg jij de rambam, 't is een kraai"
In het bosch
In het bosch
Op het geurig zachte mos
Lig je onder de groene boomen
Met een rustigen lach
Op een blijden zonnedag
Van zijn pijp en zijn borreltje te droomen
Tante neemt d'r mand en zeit: "nou gaane me piknikke
Tof, hoe we dat flikke
Harde bokkings bikke"
Arie steekt zijn voet vooruit en zij glijdt op d'r zitvlak
"kijk nou, gore dikzak
Nou breekt de heele mikmak
Zoo'n stuk ongeluk
Mijn heele lijf zit vol met buk"
In het bosch
In het bosch
Op het geurig zachte mos
Lig je onder de groene boomen
Met een rustigen lach
Op een blijden zonnedag
Van d'r net en d'r bonboekjes te droomen
Tante huilt: "de scharren liggen in de rijst met krenten
Zonde van de centen
Kijk, wat een serpenten
Nelis, kan jij nou als vaar dat mispunt niet verbieden"
Hij zegt zeer timide:
" 'k sla je invalide
't is zoo zout als brem
De bokkems liggen in de slem"
In het bosch
In het bosch
Op het geurig zachte mos
Lig je onder de groene boomen
Met een rustigen lach
Op een blijden zonnedag
Van de rijst en de eenheidsworst te droomen
Tante neel gilt: "moord, d'r zit een adder in mijn rokken
Gut, wat bin 'k geschrokken
Oh, 'k ga van de sokken"
Arie brult: "vooruit nou, douw d'r polsen in het maajum
Wat een beest, daar haa'j'em
Geef er een slok maajum"
Afgetobt en moe
Vertrekt het hele stel naar mokum toe
Van het bosch
Van het bosch
Van het geurig zachte mos
Liggen in d'r alkoof te droomen
Van de zon en het gras
Op d'r muffige matras
Van het bosch en de mooie groene boomen
En el bosque
Cuando llega mayo, siempre siento cosquilleo en mis pantorrillas
Y quiero salir afuera
Donde los estorninos cantan
Visto a mis chicos con un traje nuevo de confección
Cojo mi bolsita
Y todo el kit completo
Caminamos entonces helados
Hacia el bosque virgen
En el bosque
En el bosque
Sobre el suave musgo perfumado
Te acuestas bajo los verdes árboles
Con una sonrisa tranquila
En un alegre día soleado
Soñando con felicidad y dicha
Tía Neel, una solterona encogida y bizca
Grita, al ver un cuervo:
'Mira Jan, un mirlo'
El gordo Nelis dice tranquilamente: 'No tía, es un jilguero
Lo sé por su canto
¿Apostamos por un dulce?'
Arie dice muy aburrido:
'Que te den, es un cuervo'
En el bosque
En el bosque
Sobre el suave musgo perfumado
Te acuestas bajo los verdes árboles
Con una sonrisa tranquila
En un alegre día soleado
Soñando con su pipa y su trago
Tía toma su canasta y dice: 'Vamos a hacer un picnic
Genial, cómo lo hacemos
Mordiendo las duras galletas saladas'
Arie extiende su pie y ella resbala en su trasero
'Mira, gordo asqueroso
Ahora se rompe todo
Qué desgracia
Todo mi cuerpo está lleno de moretones'
En el bosque
En el bosque
Sobre el suave musgo perfumado
Te acuestas bajo los verdes árboles
Con una sonrisa tranquila
En un alegre día soleado
Soñando con su red y sus caramelos
Tía llora: 'Los arenques están en la sopa con pasas
Una pérdida de dinero
Mira, qué serpientes'
Nelis, ¿no puedes prohibirle a tu padre ese desastre?'
Él dice muy tímido:
'Te dejaré inválida
Es tan salado como la retama
Los arenques están en la salsa'
En el bosque
En el bosque
Sobre el suave musgo perfumado
Te acuestas bajo los verdes árboles
Con una sonrisa tranquila
En un alegre día soleado
Soñando con el arroz y la comida uniforme
Tía Neel grita: '¡Asesinato, hay una víbora en mis faldas
Dios, qué susto
Oh, me desmayo'
Arie grita: 'Vamos, métete las manos en el barro
Qué bestia, ahí la tienes
Dale un trago de barro'
Agotados y cansados
El grupo entero se va hacia Ámsterdam
Del bosque
Del bosque
Del suave musgo perfumado
Se acuestan en su alcoba soñando
Con el sol y la hierba
En su colchón rancio
Del bosque y los hermosos árboles verdes