Op de zee
Jan Suiker uit de Kinkerstraat
Zat zwaar in de O.Wee.
Hij had een paar millioen
En gaf hem van katoen
Een badplaats vond ie burgerlijk
Niks waard voor 'haute volee'
Wat zijn dat nou voor grappen
Zoo in het zand te stappen
Hij zou 't eens beter lappen
Hij hield van groote happen
En zei tot vrouw en kroost
"We gaan met 't stelletje naar de Oost"
refrain:
Op de zee, op de zee
Maak je honderdduizend akkevietjes mee
Al slaan de gollefjes langs het dek
Al brandt het zonnetje in je nek
De menschen doen allemaal even gek
(Van de kapsones)
Op de zee, op de zee
Maak je honderdduizend akkevietjes mee
En al wil het er wel ereis waaien
En al wil het er wel ereis waaien
Het is heerlijk op de prachtige blauwe zee
Zoo ging het heele stelletje
In Amsterdam aan boord
Het afscheid viel niet mee
Jan Suiker riep "tabe"
Zijn vrouw begon te grienen
Of d'r vader werd vermoord
Ze riep tot Oome Arie:
"Zorg goed voor de kanarie"
Maar Arie bromde: "Larie
Krijg 'n stuip tot Januari"
De bel die gaat 'O guns
We moeten bikken, 't is voor de luns"
refrain
Na veertien dagen varen
Lag de mailboot voor de wal
Oom Jan zei: "Hij's gehaid
We binne in Port Said
Kom jullie 's gauw boven
Anders ziene jullie geen bal
Daar gaan de Arabieren
Ze tipp'len met zijn vieren"
En tante stond te gieren
"Gut, wat een rare klieren
Dat binnen Turken nar
Ze dragen een tulband om d'r knar"
refrain
Bij Maltha, Lotje ziek
De dokter kwam er aan te pas
En Dorus zei: "Ja, ja
Ze het malaria"
Maar Jan beweerde ijskoud
Dat 't een kleine typhus was
Daar staan ze met z'n tienen
Bij 't wurm d'r bed te grienen
Kom, geef hem een aspirine
Dat jelui 't nou niet ziene
"Hij weet 't alleen", riep Nel
"Wat zeg je van hem, professor Pel"
refrain
Maar in de rooie zee
Was 't met het weer al raar gesteld
Jan riep: " 't wordt mijn te mats
Ik neem een straffe cats"
En tante, licht'lijk groen, zei zacht
"Op zee bin ik geen held
Wat stampt die schuit, zeg, Lotje"
Maar Dorus zei: "Zeg dotje
Ik heb 't al lang in 't snotje
Jan, breng d'r eens gauw een potje"
Maar Jan riep: "Ja, ik bin gek
Mijn heele menu leit al op het dek"
refrain
En el mar
Jan Suiker de la calle Kinker
Estaba en apuros.
Tenía unos cuantos millones
Y los gastaba sin miramientos.
Una playa le parecía burguesa
Nada para la 'alta sociedad'.
¿Qué tipo de bromas son esas
De pisar la arena?
Él lo haría mejor
Le gustaban los grandes bocados
Y les dijo a su mujer e hijos
'Nos vamos con el grupo hacia el Este'
Estribillo:
En el mar, en el mar
Vives cien mil aventuras
Aunque las olas golpeen el barco
Aunque el sol queme tu cuello
La gente se vuelve loca
(Con aires de grandeza)
En el mar, en el mar
Vives cien mil aventuras
Y aunque a veces sople el viento
Y aunque a veces sople el viento
Es maravilloso en el hermoso mar azul
Así que todo el grupo
Embarcó en Ámsterdam
La despedida no fue fácil
Jan Suiker gritó 'adiós'
Su mujer empezó a llorar
Como si su padre hubiera sido asesinado
Gritó a Tío Arie:
'Cuida bien al canario'
Pero Arie gruñó: 'Tonterías
Que te dé un ataque hasta enero'
La campana suena 'Oh cielos
Tenemos que comer, es la hora del almuerzo'
Estribillo
Después de catorce días de navegación
El barco de correo atracó
Tío Jan dijo: 'Estamos listos
Estamos en Port Said
Vengan rápido arriba
Sino no verán nada'
Allí van los árabes
Andan de puntillas en grupos de cuatro
Y la tía se reía
'Vaya, qué raros tipos
Esos son turcos locos
Llevan un turbante en la cabeza'
Estribillo
En Malta, Lotje enferma
El médico tuvo que intervenir
Y Dorus dijo: 'Sí, sí
Tiene malaria'
Pero Jan afirmaba fríamente
Que era una pequeña tifoidea
Allí están los diez
Llorando junto a su cama
Vamos, denle una aspirina
Que ustedes no lo ven
'Él lo sabe solo', gritó Nel
'¿Qué opinas de él, profesor Pel?'
Estribillo
Pero en el mar rojo
El clima estaba extraño
Jan dijo: 'Esto se me hace demasiado
Tomaré un fuerte trago'
Y la tía, un poco verde, dijo suavemente
'En el mar no soy valiente
¡Qué sacudida, Lotje!'
Pero Dorus dijo: 'Escucha, tonta
Ya lo tengo claro
Jan, trae un frasco rápido'
Pero Jan gritó: 'Sí, estoy loco
Todo mi menú ya está en cubierta'
Estribillo