Mondadeiras
Eu aprendi a cantar
Lavrando em terra molhada
Lá, na solidão do campo
Pensando em ti, minha amada
Quantas papoilas se avistam
Além, naqueles trigais
Tantas como beijos deram
Mondadeiras e zagais!
As mondadeiras, cantando
Suas penas, seus amores
Não cantam: Estão rezando
Num altar cheio de flores!
Num altar cheio de flores
Cada uma é um desejo
Os anjinhos, são pastores
E a capela, o alentejo!
Seara, verde seara
Mondada com tanto gosto
És verde na primavera
E loura no mês de agosto!
As mondadeiras, cantando
Suas penas, seus amores
Não cantam: Estão rezando
Num altar cheio de flores!
Num altar cheio de flores
Cada uma é um desejo
Os anjinhos, são pastores
E a capela, o alentejo!
Num altar cheio de flores
Cada uma é um desejo
Os anjinhos, são pastores
E a capela, ai, o alentejo!
Maaiers
Ik leerde zingen
Op natte grond te werken
Daar, in de eenzaamheid van het veld
Denkend aan jou, mijn geliefde
Hoeveel klaprozen zijn er te zien
Daar, in die korenvelden
Zoveel als de kussen gaven
Maaiers en herders!
De maaiers, zingend
Hun veren, hun liefdes
Zingen niet: Ze bidden
Bij een altaar vol bloemen!
Bij een altaar vol bloemen
Is ieder een verlangen
De engeltjes zijn herders
En de kapel, het Alentejo!
Oogst, groene oogst
Gemaaid met zoveel plezier
Je bent groen in de lente
En blond in de maand augustus!
De maaiers, zingend
Hun veren, hun liefdes
Zingen niet: Ze bidden
Bij een altaar vol bloemen!
Bij een altaar vol bloemen
Is ieder een verlangen
De engeltjes zijn herders
En de kapel, het Alentejo!
Bij een altaar vol bloemen
Is ieder een verlangen
De engeltjes zijn herders
En de kapel, oh, het Alentejo!