O Menino da Porteira
Toda vez que eu viajava pela estrada de Ouro Fino
De longe eu avistava a figura de um menino
Que corria a abrir a porteira, depois vinha me pedindo
"Toque o berrante, seu moço, que é pra eu ficar ouvindo".
Quando a boiada passava e a poeira ia abaixando
Eu jogava uma moeda e ele saía pulando
"Obrigado, boiadeiro, que Deus vá lhe acompanhando".
Por aquele sertão afora meu berrante ia tocando
No caminho desta vida muito espinho eu encontrei
Mas nenhum calou mais fundo do que isto que passei
Na minha viagem de volta qualquer coisa eu cismei
Vendo a porteira fechada, o menino não avistei
Apeei do meu cavalo num ranchinho à beira-chão
Vi uma mulher chorando, quis saber qual a razão
"Boiadeiro, veio tarde, veja a cruz no estradão
Quem matou o meu filhinho foi um boi sem coração".
Lá pras bandas de Ouro Fino levando gado selvagem
Quando passo na porteira até vejo a sua imagem
O seu rangido tão triste mais parece uma mensagem
Daquele rosto trigueiro desejando-me boa viagem
A cruzinha do estradão do pensamento não sai
Eu já fiz um juramento que não esqueço jamais
Nem que o meu gado estoure, que eu precise ir atrás
Neste pedaço de chão, berrante eu não toco mais
De Jongeman bij de Poort
Elke keer dat ik reist over de weg van Ouro Fino
Zag ik in de verte de schim van een jongeman
Die snel de poort opende, daarna kwam hij me vragen
"Blijf blazen, meneer, zodat ik het kan horen."
Toen de kudde passeerde en de stof zakt
Gooi ik een munt en hij sprong vrolijk
"Bedankt, veehouder, moge God je bijstaan."
Door dat platteland klonk mijn geblazen hoorn
Op de weg van dit leven heb ik veel doornen gevonden
Maar niets heeft dieper gesneden dan wat ik heb doorgemaakt
Op mijn terugreis kreeg ik een slecht voorgevoel
Toen ik de gesloten poort zag, zag ik de jongen niet
Ik stapte van mijn paard af bij een hut aan de grond
Zag een vrouw huilen en vroeg wat er aan de hand was
"Veehouder, je komt laat, zie het kruis op de weg
Wie mijn zoon heeft vermoord was een stier zonder hart."
Daar in de buurt van Ouro Fino met wild vee
Wanneer ik voorbij de poort ga, zie ik zijn afbeelding
Zijn treurige gekreun lijkt meer een boodschap
Van dat bruine gezicht dat mij een goede reis wenst
Het kleine kruis op de weg gaat niet uit mijn hoofd
Ik heb een belofte gedaan die ik nooit vergeet
Zelfs als mijn vee uitbreekt, en ik moet gaan zoeken
Op dit stuk grond, blaas ik mijn hoorn niet meer.
Escrita por: Luizinho, Teddy Vieira