395px

La hija del pastor

Lurelei

Dominee's dochter

De dochter van de dominee (Dominee)
Werd plotseling atheiste
De godheid is een waanidee (Waanidee)
Dat was geen punt, dat wist ze

Aanvankelijk dacht de dominee (Dominee)
Dat deze woeste neiging
Een puberteitsverschijnsel was (Schijnsel was)
Dat ongemerkt voorbij ging

Maar iedere zondag zei ze weer (Militant)
Ik ga niet meer
Ik protesteer (Protestant)
Tegen deze volksmisleiding

Kom kind, sprak toen de dominee (Dominee)
Toch ga je mee
Van hupsakee (Hupsakee)
Mee naar het huis der Heren

Maar twintig jaren later (Later)
Toen sprong ze in het water
Mijn God, dacht de dominee (Dominee)
't Was toch de puberteit niet, nee

La hija del pastor

La hija del pastor
Se convirtió repentinamente en atea
La divinidad es una idea delirante
Eso no era un problema, ella lo sabía

Inicialmente el pastor pensó
Que este salvaje impulso
Era un síntoma de la pubertad
Que pasaría desapercibido

Pero cada domingo ella decía de nuevo
No iré más
Protesto
Contra esta engañosa manipulación popular

Ven, niña, dijo entonces el pastor
Aun así, vienes conmigo
De prisa
A la casa del Señor

Pero veinte años después
Ella se lanzó al agua
Dios mío, pensó el pastor
No era la pubertad, no

Escrita por: