395px

Un vagabundo

Maarten Van Roozendaal

Zwerver

En met m'n zoveelste glas van m'n mooiste cognac
Zwijmel ik weg bij mijn lievelingsmuziek
En door de tranen in mijn ogen kijk ik uit het raam
En beneden schuilt een man in een portiek
Een winkelwagen vol koffers, en die koffers vol dozen
En die dozen vol plastic tassen
Als het boegbeeld dat van zijn gezonken galjoen
Nog steeds op het wrakhout moet passen
En zo sta ik die altijd aan de rand van de goot
Zijn evenwicht net kan bewaren
Naar beneden te kijken naar een man die halfdood
Dozen en tassen moet sparen
Dus ik pak een stuk worst, een homp brood, mijn cognac
En twaalf gevulde koeken
En als ik naast hem zit zeg ik
Dat ik nu net als hij weet dat je het ook in de eenvoud moet zoeken

En de man kijkt me aan, haalt zijn van snot hard geworden mouw langs zijn neus en zegt: dank u beleefd maar laat u me nu alstublieft met rust
Door u denkt natuurlijk dat bossen en struiken d'r zijn om in te schuilen
Maar in Vietnam bijvoorbeeld stonden die bossen en struiken er al jaren
En pas veel later is men erin gaan schuilen, dat was in verband met het schieten, begrijpt u?
En in Brazilie, daar zijn nu alle bossen en struiken naar Taiwan gebracht om potloden te maken voor Duitsland, om de vrede mee te ondertekenen
In verband met het gummen, begrijpt u?
En dan kun jij op jouw beurt natuurlijk potloden gaan planten in Brazilie
Maar gaat u er maar eens achter liggen, bedoel
Als ze gaan schieten dan heb je splinters, dat lijkt me duidelijk
En als nu straks Vietnam ook nog met al hun bossen en struiken naar Taiwan gaat
Zit Duitsland met een overschot aan potloden
Nou ik weet wel wat ze met dat overschot gaan doen
Meneer nog aan toe
Laten we elkaars kat toch niks wijs maken
Ik bedoel wij zitten hier straks in de splinters
Dat lijkt me duidelijk
Dank u beleefd maar laat u me nu eindelijk met rust

Nog iedere avond zit er die man te schuilen in zijn portiek
En ik breng hem alleen wat worst, alleen wat brood en wat vieux
Want van die twaalf gevulde koeken werd ie ziek
Kijk dat hij die in de tijd van mijn levensverdriet mij troostte zonder het te weten
In zijn stemmen gelooft, ach dat hindert mij niet
Want wie leeft die moet soms wat eten

Un vagabundo

Y con mi enésima copa de mi mejor brandy
Me desmayo de mi música favorita
Y a través de las lágrimas en mis ojos miro por la ventana
Y abajo un hombre acecha en un porche
Un carrito lleno de maletas, y esas maletas llenas de cajas
Y esas cajas llenas de bolsas de plástico
Si la figura es la de su galeón hundido
Todavía en los restos debe caber
Y así siempre me paro en el borde de la alcantarilla
Puede mantener su equilibrio justo
Mirando hacia abajo a un hombre que está medio muerto
Cajas y bolsas deben guardar
Así que consigo un trozo de salchicha, un trozo de pan, mi brandy
Y doce pasteles rellenos
Y cuando me siento a su lado digo
Que ahora sé, como él, que tienes que buscarlo con sencillez

Y el hombre me mira, se tira de la manga de mocos por la nariz y dice: gracias cortésmente, pero por favor déjame en paz
Debido a ti, por supuesto, piensa que los bosques y arbustos son para esconderse en
Pero en Vietnam, por ejemplo, esos bosques y arbustos estuvieron allí durante años
Y no fue hasta mucho más tarde que se refugiaron en él, eso fue en relación con el tiroteo, ¿entiendes?
Y en Brasil, ahora están todos los bosques y arbustos traídos a Taiwán para hacer lápices para Alemania, para firmar la paz con
En relación con el borrador, ¿entiendes?
Y entonces usted puede, por supuesto, lápices de plantas en Brasil
Pero sólo te acuestas detrás de él, significa
Si van a disparar, tienes astillas, eso me parece obvio
Y cuando Vietnam va a Taiwán con todos sus bosques y arbustos
Sentado Alemania con un excedente de lápices
Bueno, sé lo que van a hacer con ese excedente
Señor todavía
No nos contemos a los gatos del otro
Quiero decir, vamos a estar sentados aquí en las astillas
Eso me parece obvio
Gracias cortésmente pero déjame por fin

Cada noche hay ese hombre escondido en su porche
Y le traeré salchichas, pan y vieux
Debido a esos doce pasteles rellenos, se enfermó
Vean que aquel que, en el tiempo del dolor de mi vida, me consoló sin saberlo
Cree en sus voces, bueno, eso no me molesta
Porque el que vive a veces debe comer algo

Escrita por: