Kitaguni No Haru
しらかばあおぞらみなみかぜ
shira kaba aozora minami kaze
こぶし さく あのおか きたぐにの
kobushi saku ano oka kitaguni no
Ah きたぐにの はる
Ah kitaguni no haru
きせつが とかいでは わからないだろうと
kisetsu ga tokai de wa wakaranai darou to
とどいた おふくろの ちいさな つづみ
todoita ofukuro no tiisana tsuzumi
あの ふるさとへ かえろかな かえろかな
ano furusato e kaerokana kaerokana
ゆきどけ せせらぎ まるきばし
yuki doke seseragi marukibashi
からまつの めが ふく きたぐにの
karamatsu no me ga fuku kitaguni no
Ah きたぐにの はる
Ah kitaguni no haru
すきだと おたがいに いいだせないまま
suki da to otagai ni iidasenai mama
わかれて もう ごねん あのこは どうしてる
wakarete mou gonen ano ko wa doushiteru
あの ふるさとへ かえろかな かえろかな
ano furusato e kaerokana kaerokana
やまぶき あさぎり すいしゃごや
yamabuki asagiri suishyagoya
わらね うた きこえる きたぐにの
warane uta kikoeru kitaguni no
Ah きたぐにの はる
Ah kitaguni no haru
あにきも おやじにて むくちな ふたりが
aniki mo oyaji nite mukuti na futari ga
たまには さけでも のんでるだろか
tama ni wa sake demo nonderu daroka
あの ふるさとへ かえろかな かえろかな
ano furusato e kaerokana kaerokana
Lente in Noordland
Witte berken onder blauwe luchten
Zachte bries op die heuvel, het Noordland
Ah, het Noordland in de lente
De seizoenen zijn iets wat je in de stad niet begrijpt,
Een klein deuntje van mijn moeder dat me bereikte
Zou ik terugkeren naar mijn thuis, zou ik terugkeren?
Als de sneeuw smelt, hoor je het riviertje
De ogen van de lariks die bloeien, het Noordland
Ah, het Noordland in de lente
Terwijl we niet konden zeggen dat we elkaar leuk vonden,
Zijn we al vijf jaar gescheiden, hoe zou het met haar zijn?
Zou ik terugkeren naar mijn thuis, zou ik terugkeren?
Kruisbes, ochtendnevel, waterspiegelgang
Je hoort het gezang van het gras, het Noordland
Ah, het Noordland in de lente
Zij en ik zijn stil, ook al zijn we broers en vaders
Zou het zijn dat we af en toe een drankje doen?
Zou ik terugkeren naar mijn thuis, zou ik terugkeren?