Shura No Hana
死んでいた朝に
Shindeita asa ni
とむらいの雪が降る
Tomurai no yuki ga furu
はぐれ犬の遠吠え
Hagure inu no tooboe
下駄の音きしむ
Geta no otokishimu
因果なおもさ
Inga naomosa
見つめて歩く
Mitsumete aruku
闇を抱きしめる
Yami wo dakishimeru
蛇の目の傘一つ
Ja no me no kasa hitotsu
命の道を行く女
Inochi no michi wo yuku onna
涙はとうに捨てました
Namida wa touni sutemashita
振り向いた川に
Furimuita kawa ni
遠ざかる旅の日が
Toozakaru tabi no hi ga
いてた鶴は動かず
Iteta tsuru wa ugokazu
泣いた雨と風
Naita ame to kaze
消えた水もに
Kieta mizu mo ni
ほつれ髪映し
Hotsure gamiutsushi
涙さえ見せない
Namidasae misenai
蛇の目の傘一つ
Ja no me no kasa hitotsu
恨みの道を行く女
Urami no michi wo yuku onna
心はとうに捨てました
Kokoro wa touni sutemashita
義理も情けも
Giri mo nasake mo
涙も夢も
Namida mo yume mo
昨日も明日も
Kinou mo ashita mo
縁のない言葉
En no nai kotoba
恨みの川に身をゆだね
Urami no kawa ni mi wo yudane
女はとうに捨てました
Onna wa touni sutemashita
Bloem van de Dood
Op de ochtend dat ik stierf
valt de rouwende sneeuw neer.
De huil van een verdwaalde hond,
de klank van geta's die kraken.
De last van het lot,
ik kijk en loop verder,
omarm de duisternis.
Onder een slangenoog-paraplu,
loopt een vrouw op het pad van het leven,
haar tranen zijn allang weggegooid.
Bij de rivier waar ik omkeek,
vervagen de dagen van de reis.
De kraanvogel die daar was, blijft stil,
het huilen van regen en wind.
Zelfs het verdwenen water
reflecteert mijn losse haren,
zelfs tranen laat ik niet zien.
Onder een slangenoog-paraplu,
loopt een vrouw op het pad van wrok,
haar hart is allang weggegooid.
Plicht en genegenheid,
tranen en dromen,
vandaag en morgen,
woorden zonder betekenis.
Zich overgeven aan de rivier van wrok,
de vrouw heeft allang alles weggegooid.