Só um fado
"Sôbolos rios que vão de Sião a Babilónia"
Escrevi esta canção durante as noites de insónia
Mãos geladas nos relentos, ourado pela calentura
Se dobrasse os meus tormentos, jurei cantar a aventura
Estou de volta a este cais que me viu ir e voltar
Daqui já não parto mais, só cá venho recordar
Está-me ne melancolia que meu coração invade
Está na dobra da melodia por onde pinga a saudade
Está nas trovas do Bandarra está nos trinos da guitarra
Pode alguém conter em si tanto menos tanto mais
Só um fado é que podia falar por mim neste cais
Sou um castrenho do Norte, sou moçárabe e judeu
Porque trina é a fonte onde meu coração bebeu
Sonhei que Deus me sorriu e de mim fez seu eleito
Esse ouro me seduziu e eu parti de cruz ao peito
E assim verti meus sais, pela Ásia das monções
Perdi-me nos temporais, fiquei louco nos sertões
Imprimi a minha marca nos quatro cantos do Mundo
Pena foi que a minha barca tivesse que ir ao fundo
Está nas trovas do Bandarra, está nos trinos da guitarra
Ninguém foge ao seu destino, quando o fadinho nos chama
Só um fado é que podia ilustrar bem o meu drama
Nas tabernas da ribeira, cantei a minha canção
E achei-a na fogueira da sagrada inquisição
Por denúncia ou por desgraça, meu coração se perdeu
Fugiu, ardeu pela praça, e triste se envileceu
Slechts een fado
"Over de rivieren die van Sion naar Babylon gaan"
Schreef ik dit lied tijdens slapeloze nachten
Koude handen op het gras, verhit door de koorts
Als ik mijn kwellingen kon buigen, zwoer ik het avontuur te zingen
Ik ben terug op deze kade die me zag gaan en terugkomen
Hier vertrek ik niet meer, ik kom alleen terug om te herinneren
Er is een melancholie die mijn hart binnenvalt
Het zit in de bocht van de melodie waar de heimwee druppelt
Het zit in de verzen van Bandarra, het zit in de klanken van de gitaar
Kan iemand zoveel minder of zoveel meer in zich houden?
Slechts een fado kan voor mij spreken op deze kade
Ik ben een noorderling, ik ben mozarabe en jood
Want bitter is de bron waar mijn hart van dronk
Ik droomde dat God naar me glimlachte en mij zijn uitverkorene maakte
Dat goud verleidde me en ik vertrok met een kruis op mijn borst
En zo stortte ik mijn zouten, door Azië van de moesson
Ik verdwaalde in de stormen, werd gek in de woestenijen
Ik drukte mijn stempel in de vier hoeken van de wereld
Het was jammer dat mijn schip naar de bodem moest gaan
Het zit in de verzen van Bandarra, het zit in de klanken van de gitaar
Niemand ontsnapt aan zijn lot, wanneer het fado ons roept
Slechts een fado kan mijn drama goed illustreren
In de tavernes van de rivier zong ik mijn lied
En vond het in het vuur van de heilige inquisitie
Door verklikken of door ongeluk, verloor mijn hart zich
Het vluchtte, brandde op het plein, en werd treurig veracht"