Les enfants qui s'aiment
Les enfants qui s'aiment s'embrassent debout contre les portes de la nuit
Et les passants qui passent les désignent du doigt
Mais les enfant qui s'aiment ne sont là pour personne
Et c'est seulement leur ombre qui tremble dans la nuit,
Excitant la rage des passants
Leur rage, leur mépris, leur rire et leur envie
Les enfants qui s'aiment ne sont là pour personne
Ils sont ailleurs bien plus loin que la nuit
Bien plus haut que le jour
Dans l'éblouissante clarté de leur premier amour.
Ils sont ailleurs bien plus loin que la nuit
Bien plus haut que le jour
Dans l'éblouissante clarté de leur premier amour.
De kinderen die van elkaar houden
De kinderen die van elkaar houden kussen staand tegen de deuren van de nacht
En de voorbijgangers wijzen met hun vinger naar hen
Maar de kinderen die van elkaar houden zijn er voor niemand
En het is alleen hun schaduw die trilt in de nacht,
Die de woede van de voorbijgangers opwekt
Hun woede, hun minachting, hun lachen en hun jaloezie
De kinderen die van elkaar houden zijn er voor niemand
Ze zijn ergens anders, veel verder dan de nacht
Veel hoger dan de dag
In de verblindende helderheid van hun eerste liefde.
Ze zijn ergens anders, veel verder dan de nacht
Veel hoger dan de dag
In de verblindende helderheid van hun eerste liefde.