395px

Slaap in de Regen

Moreira da Silva

Dormi no Molhado

Eu quando vejo um rapaz da sua idade estendendo a mão
Dele não tenho compaixão
Porque não me conformo,
Ver um homem de talento não querer trabalhar
Sempre no me-dá-me-dá

Eu também já passei fome
Já sofri e não morri
Estou aqui vivo e são
E ninguém vai dizer que não

Eu já andei atrapalhado
Já andei afanado
Mas nunca pedi tostão
Acho que estou com a razão

Eu enfrentei uma marreta na pedreira São Diogo
Quebrando pedra roliça
Passando a pão e a lingüiça
Dormindo no cais do porto
No meio da sacaria,
Onde os ratos dormia,
Onde ventava e chovia

Quando o dia amanhecia
Vinha o chefe da limpeza
Jogando água fria
Vejam só como eu saia,
Sem café e sem cigarro
Sem saber pra onde ia
Sem tostão e sem vintém
Mas nunca pedi a ninguém

Cortei asfalto na linha
Fui vendedor de galinha
Carreguei cesto na feira
Eu fui garçom de gafieira
Comia numa tendinha
Que só fritavam sardinha com azeite de lamparina
Eu só cheirava a gasolina

Fui peixeiro, carvoeiro, quitandeiro
Fui bicheiro, apanhei como um ladrão
Mas não mudei de opinião
E como sou caprichoso,
Hoje me sinto outro homem
Até já mudei meu nome

Já me disseram até que eu virava lobisomem

Slaap in de Regen

Als ik een jongen van jouw leeftijd zie die zijn hand uitsteekt
Heb ik geen medelijden met hem
Omdat ik het niet kan begrijpen,
Een man met talent die niet wil werken
Altijd maar geven, geven

Ik heb ook honger geleden
Ik heb geleden en ben niet dood gegaan
Ik ben hier, levend en wel
En niemand zal zeggen van niet

Ik heb al eens in de knoop gezeten
Ik heb al eens gestolen
Maar ik heb nooit om een cent gevraagd
Ik denk dat ik gelijk heb

Ik heb een hamer in de steengroeve van São Diogo getrotseerd
Rondom stenen breken
Leven van brood en worst
Slapen op de kade
Tussen de zakken,
Waar de ratten sliepen,
Waar het waaide en regende

Als de dag aanbrak
Kwam de schoonmaakster
Met koud water gooien
Kijk eens hoe ik eruit kwam,
Zonder koffie en zonder sigaret
Zonder te weten waar ik heen ging
Zonder cent en zonder dubbeltje
Maar ik heb nooit aan iemand gevraagd

Ik heb asfalt gesneden op de lijn
Ik was verkoper van kip
Ik droeg manden op de markt
Ik was ober in een danszaal
Ik at in een klein tentje
Dat alleen sardines frituurde met lampolie
Ik rook alleen naar benzine

Ik was visverkoper, kolenboer, kruidenier
Ik was gokker, ik heb gekregen als een dief
Maar ik ben van mening niet veranderd
En omdat ik zo eigenwijs ben,
Voel ik me vandaag een andere man
Zelfs mijn naam heb ik veranderd

Ze hebben me zelfs verteld dat ik een weerwolf werd

Escrita por: Moreira da Silva, Ribeiro Cunha