395px

Ik Zal Het Kind Geven

Natal

Eu Hei-de Dar Ao Menino

Eu hei-de dar ao menino
Uma fitinha pró chapéu;
E ele também me há-de dar
Um lugarzinho no céu.

Olhei para o céu,
Estava estrelado.
Vi o deus menino
Em palhas deitado.
Em palhas deitado,
Em palhas estendido,
Filho duma rosa,
Dum cravo nascido!

No seio da virgem maria
Encarnou a divina graça;
Entrou e saiu por ela
Como o sol pela vidraça.

Arre, burriquito,
Vamos a belém,
Ver o deus menino
Que a senhora tem;
Que a senhora tem,
Que a senhora adora.
Arre, burriquito
Vamos lá embora.

Ik Zal Het Kind Geven

Ik zal het kind geven
Een lintje voor zijn hoed;
En hij zal mij ook geven
Een plekje in de lucht.

Ik keek naar de lucht,
Die was vol sterren.
Ik zag het kind-god
In het stro liggen.
In het stro liggen,
In het stro uitgestrekt,
Zoon van een roos,
Van een pasgeboren anjer!

In de schoot van de maagd Maria
Is de goddelijke genade gekomen;
Hij ging in en uit door haar
Als de zon door het raam.

Hé, ezeltje,
Laten we naar Bethlehem gaan,
Om het kind-god te zien
Dat de dame heeft;
Dat de dame heeft,
Dat de dame aanbidt.
Hé, ezeltje,
Laten we daarheen gaan.

Escrita por: