Ma grand-mère
La maison de ma grand-mère
A son vieux toit tout démoli
Sa façade est patibulaire
Minée par les intempéries
Cheminée portes et fenêtres
Laissent entrer le vent et la pluie
Sur les meubles les oiseaux en fête
Viennent y déposer leurs espiègleries
Et pourtant ma grand-mère
N'a jamais voulu la faire réparer
Et pourtant ma grand-mère
N'a jamais voulu la faire réparer
La basse-cour de ma grand-mère
Est renommée dans le pays
Et je ne sais par quel mystère
Toute cette volaille loge dans ce gourbi
Coqs lapins canards et poulettes
Trop gavés, ne peuvent plus se passionner
Les arceaux de leurs côtelettes
Baignent dans une grasse infécondité
Et pourtant ma grand-mère
N'a jamais eu le coeur de les tuer
Et pourtant ma grand-mère
N'a jamais eu le coeur de les tuer
Ma grand-mère a pour âme soeur
Un homme dont le défaut est de fumer
Une pipe dégageant l'odeur
D'un mauvais tabac dont elle est bourrée
Mais comme Cyrano le cher homme
A l'appendice nasal démesuré
A chaque bouffée il faut voir comme
Son grand nez est complètement enfumé
Et pourtant ma grand-mère
N'a jamais songé à le ramoner
Et pourtant ma grand-mère
N'a jamais songé à le ramoner
Dans la maison de ma grand-mère
La nature entière vit en liberté
Au jardin les ombellifères
Et les coccinelles ont fraternisé
Et si dans ce joli domaine
La bête à bon Dieu est si bien cotée
C'est que ce jardin quelle aubaine
Est l'image du paradis retrouvé
C'est pourquoi ma grand-mère
Passe au village pour être la plus toquée
C'est pourquoi ma grand-mère
Passe au village pour être la plus toquée
Mijn grootmoeder
Het huis van mijn grootmoeder
Heeft een oud dak, helemaal verrot
De gevel is dreigend
Aangetast door het weer
Schoorsteen, deuren en ramen
Laten de wind en de regen binnen
Op de meubels komen de vogels feestvieren
En laten daar hun streken achter
En toch heeft mijn grootmoeder
Nooit gewild dat het werd gerepareerd
En toch heeft mijn grootmoeder
Nooit gewild dat het werd gerepareerd
De boerderij van mijn grootmoeder
Is beroemd in het land
En ik weet niet door welk mysterie
Al die vogels wonen in dit rommelhok
Hanen, konijnen, eenden en hen
Te volgevreten, kunnen niet meer genieten
De ribben van hun koteletten
Badend in een vette onvruchtbaarheid
En toch heeft mijn grootmoeder
Nooit de moed gehad om ze te doden
En toch heeft mijn grootmoeder
Nooit de moed gehad om ze te doden
Mijn grootmoeder heeft als zielsverwant
Een man die als tekortkoming heeft dat hij rookt
Een pijp die de geur verspreidt
Van slechte tabak waar ze mee is gevuld
Maar zoals Cyrano, die beste man
Met zijn enorme neus
Bij elke hijs moet je zien hoe
Zijn grote neus helemaal vol rook is
En toch heeft mijn grootmoeder
Nooit gedacht om hem schoon te maken
En toch heeft mijn grootmoeder
Nooit gedacht om hem schoon te maken
In het huis van mijn grootmoeder
Leeft de hele natuur vrij
In de tuin hebben de schermbloemigen
En de lieveheersbeestjes vriendschap gesloten
En als in dit mooie domein
De beestjes zo goed gewaardeerd worden
Is dat omdat deze tuin, wat een geluk
Het beeld is van het herwonnen paradijs
Daarom gaat mijn grootmoeder
Naar het dorp om de meest excentrieke te zijn
Daarom gaat mijn grootmoeder
Naar het dorp om de meest excentrieke te zijn