395px

Op de koets

Odoardo Spadaro

Sulla carrozzella

Oggi la carrozza può sembrare
Un curioso avanzo dell'antichità.
Tutti voglion correre e volare,
Amano soltanto la velocità.

Se però tu sei con la tua bella
Sul tassì di certo non la porterai,
Però sopra ad una carrozzella
Col tuo dolce amore a passeggio andrai.

Come è delizioso andar
Sulla carrozzella,
E sulla carrozzella
Sotto braccio alla tua bella.

A cassetta stà il cocchier,
Né ci perde d'occhio,
Guarda dentro il cocchio
Poi sorride e chiude un occhio.

Il cavallo sa come deve andar
Se c'è una coppietta.
Correre non va, bella è la città
E poi non c'è fretta.

Come è delizioso andar
Sulla carrozzella,
E sulla carrozzella
Sotto braccio alla tua bella.

Lenta se ne va la carrozzella
Che mi porta a spasso col mio dolce amor.
La serata è calma e tanto bella
E felici tanto sono i nostri cuor.

Tornerem che in cielo c'è la luna
Tante tante cose dolci ti dirò.
Conterem le stelle ad una ad una
E per ogni stella un bacio ti darò.

Come è delizioso andar
Sulla carrozzella,
Sulla carrozzella
Sotto braccio alla tua bella.

A cassetta stà il cocchier,
Non ci perde d'occhio,
Guarda dentro il cocchio
Poi sorride e chiude un occhio.

Il cavallo sa come deve andar
Se c'è una coppietta.
Correre non va, bella è la città
E poi non c'è fretta.

E come è delizioso andar
Sulla carrozzella,
E sulla carrozzella
Sotto braccio alla tua bella.

Op de koets

Vandaag lijkt de koets
Een vreemd overblijfsel uit de oudheid.
Iedereen wil rennen en vliegen,
Ze houden alleen van snelheid.

Maar als jij met je mooie meid bent
Zal je haar zeker niet in een taxi brengen,
Maar op een koets
Zal je met je zoete liefde gaan wandelen.

Wat is het heerlijk om te gaan
Op de koets,
En op de koets
Onder de arm van je mooie meid.

De koetsier zit op de bok,
Verliest ons niet uit het oog,
Kijkt in de koets
En glimlacht en knipoogt.

Het paard weet hoe het moet gaan
Als er een stelletje is.
Rennen is niet nodig, de stad is mooi
En er is geen haast.

Wat is het heerlijk om te gaan
Op de koets,
En op de koets
Onder de arm van je mooie meid.

Langzaam gaat de koets
Die me rondrijdt met mijn zoete liefde.
De avond is kalm en zo mooi
En onze harten zijn zo gelukkig.

We zullen terugkomen, want de maan staat aan de hemel
Zoveel zoete dingen zal ik je vertellen.
We tellen de sterren één voor één
En voor elke ster geef ik je een kus.

Wat is het heerlijk om te gaan
Op de koets,
Op de koets
Onder de arm van je mooie meid.

De koetsier zit op de bok,
Verliest ons niet uit het oog,
Kijkt in de koets
En glimlacht en knipoogt.

Het paard weet hoe het moet gaan
Als er een stelletje is.
Rennen is niet nodig, de stad is mooi
En er is geen haast.

En wat is het heerlijk om te gaan
Op de koets,
En op de koets
Onder de arm van je mooie meid.

Escrita por: Ricardo Morbelli