395px

De Klokken van de Verloren Meisjes

Oskorri

Ostatuko neskatxaren koplak

Isildu zaigu eguna
larre ondoan asuna
zure gomuta saminagoa
bihotz nereko kutuna.

Eperra garitzan kanta
ehizeko zakurra zaunka
teilatu gorriari dario
nigar eta odol tanta.

Belar gainean bildotsa
haizeak leun du hotsa
etsai-urratsen zarata hitsa
gorrotoaren ostotsa.

Oilarrak harro kalparra
zezena ez da koldarra
Espaina aldean preso daukate
nire senargai zangarra.

Eder basoan haritza
pagoa lerden bortitza
bazter hauetan zenbait jaunskilok
errez jan ohi du bere hitza.

Ibaia dator uholde
haizea uraren golde
euskal andra gizonen odola
ez da ixuriko debalde.

Sagarrak daude ustelak
mikaztu dira upelak
lehengo aldean orain gara gu
abertzale txit epelak.

Udako sasoiak uzta
larrean eder irusta
nire bularra zik laztan ezik
ximelduriko masusta.

Artoa zaigu zoritu
sagarrondoak gorritu
zu noiz itzuli itxaropena
ez zait gogotik akitu.

Euriak mardul dario
elurrak dirudi liho
nire bihotzak ez dezaizuke
sekula esan adio.

Usoak dira igaro
basoak dirau oparo
nire magal gozoa dukezu
zatozkenean abaro.

Zelaiak badu hesia
ereina dugu hazia
nire erraietan ernatuko da
askazi ezin-hezia.

De Klokken van de Verloren Meisjes

Laat ons de dag stilhouden
naast het weiland, zoet en fijn
jouw pijnlijke herinnering
is een schat in mijn hart, zo klein.

In de ochtend zingt de jager
de hond blaft, zo luid en sterk
het rode dak is in zicht
tranen en bloed, zo'n merk.

Op het gras ligt een lammetje
de wind fluistert zachtjes mee
het geluid van vijandige stappen
is de geur van haat, oh wee.

De haan kraait trots en vrij
de zwijn is niet zo laf
in Spanje houden ze hem vast
mijn verloofde, zo'n schavuit, ach.

Mooi is de eik in het bos
de beuk is slank en wild
hier aan de rand, enkele heren
eten vaak hun woord, zo mild.

De rivier komt met een vloed
de wind is als water, zo zoet
de Baskische vrouw, het bloed van de mannen
zal niet voor niets worden vergoot.

De appels zijn rot en slecht
de vaten zijn zuur en leeg
aan de andere kant zijn wij nu
zeer warme patriotten, dat is wat ik zeg.

De zomer brengt ons de oogst
in het veld, zo mooi en groot
mijn borst, behalve de aanraking
is een schuilplaats, zo zoet en bloot.

Het graan is ons in de weg
de appelbomen zijn in bloei
wanneer kom je terug, de hoop
heeft me niet zozeer vermoeid.

De regen valt zwaar en hard
de sneeuw lijkt op linnen, zo wit
mijn hart zal je nooit zeggen
voor altijd, vaarwel, dat is niet.

De duiven zijn voorbij
het bos is nog zo rijk
mijn zachte schoot heb je
wanneer je komt, zo gelijk.

De velden hebben een hek
we hebben een koningin, zo fijn
in mijn aderen zal het groeien
de vrijheid, zo moeilijk te zijn.

Escrita por: