Quarante ans
Quarante ans, quarante ans, mais c'est le bout du monde !
Je me suis dit cela, c'était à peine hier,
Et voilà qu'aujourd'hui c'est question de secondes.
Quarante ans, pas déjà. Sinon à quoi ça sert
D'avoir eu dix-huit ans, des cerises à l'oreille
Et des fleurs aux cheveux, d'avoir tout espéré ?
L'amour à lui tout seul était une merveille,
Et puis le temps passait, dont je n'ai rien gardé.
Quarante ans, quarante ans, c'est presque ridicule.
Je n'ai rien fait du tout, sinon quelques erreurs.
L'innocent que j'étais, je le vois qui recule.
Il peut bien s'en aller, je le connais par coeur,
Je le connais déjà depuis quarante années,
De face et de profil, en noir et en couleur,
Et ses anges gardiens, et ses âmes damnées,
Je sais ce qui l'enchante et ce qui lui fait peur.
Quarante ans, quarante ans, non ce n'est pas possible,
Pas aujourd'hui, demain, une semaine ou deux.
Hier on me traitait encore d'enfant terrible !
Comment aurais-je fait pour être déjà vieux ?
Quarante ans, oui, déjà. C'est beaucoup pour mon âge.
Pauvre petit jeune homme, on a des cheveux gris,
On est un peu morose, on va devenir sage,
On n'a pas fait grand chose et l'on n'a rien compris.
[Suite du texte original, non chanté par Jean-Claude Pascal]
À quarante ans passés, la jeunesse commence,
Je vais me répéter ces mots-là tous les jours,
Je vais déambuler en pleine adolescence,
Perdre mes illusions, réinventer l'amour.
Quarante ans, quarante ans, c'est l'âge du bonheur,
Pour l'homme que je suis, c'est l'âge des victoires,
Et j'ai tout ce qu'il faut pour faire un beau vainqueur,
Mais... déjà quarante ans, je n'ose pas y croire.
Veertig jaar
Veertig jaar, veertig jaar, maar het is het einde van de wereld!
Ik zei dat tegen mezelf, het was nog maar gisteren,
En kijk, vandaag is het een kwestie van seconden.
Veertig jaar, nog niet al te lang. Anders, waar is het voor
Om achttien te zijn, met kersen in mijn oren
En bloemen in mijn haar, om alles te hopen?
De liefde op zich was een wonder,
En toen verstreek de tijd, waarvan ik niets heb behouden.
Veertig jaar, veertig jaar, het is bijna belachelijk.
Ik heb helemaal niets gedaan, behalve een paar fouten.
De onschuldige die ik was, zie ik achteruitgaan.
Hij kan wel weggaan, ik ken hem uit mijn hoofd,
Ik ken hem al veertig jaar,
Van voren en van opzij, in zwart-wit en kleur,
En zijn beschermengelen, en zijn verdoemde zielen,
Ik weet wat hem betovert en wat hem bang maakt.
Veertig jaar, veertig jaar, nee, dat is niet mogelijk,
Niet vandaag, morgen, over een week of twee.
Gisteren noemden ze me nog een vreselijke jongen!
Hoe had ik al oud kunnen zijn?
Veertig jaar, ja, al. Dat is veel voor mijn leeftijd.
Arme jonge man, we hebben grijze haren,
We zijn een beetje somber, we gaan wijs worden,
We hebben niet veel gedaan en we hebben niets begrepen.
[Voortzetting van de originele tekst, niet gezongen door Jean-Claude Pascal]
Bij veertig jaar, begint de jeugd,
Ik ga deze woorden elke dag tegen mezelf herhalen,
Ik ga rondlopen in volle adolescentie,
Mijn illusies verliezen, de liefde opnieuw uitvinden.
Veertig jaar, veertig jaar, het is de leeftijd van geluk,
Voor de man die ik ben, is het de leeftijd van overwinningen,
En ik heb alles wat nodig is om een mooie winnaar te zijn,
Maar... al veertig jaar, ik durf het niet te geloven.
Escrita por: Bernard Dimey / Eric Demarsan