Tita
Tita rêve d'un amour canicule,
Tita parle d'un monde funambule,
Tita crève dans le désert aride
Prise au piège de sa peur du vide.
Tita presse le pas cherche l'empire,
De l'ivresse aux couleurs de saphir,
Tita traîne au loin sa gorge sèche,
Verre sur verre elle ouvrira la brèche.
Depuis quelques années déjà elle erre
Dans la nuit l'écho de sa voix se perd.
Depuis quelques années déjà elle erre,
Dans la nuit l'écho de sa voix se perd.
Elle s'est laissée aveugler par le mal en elle enraciné
Elle ne veut plus mettre à la lumière son intimité blessée.
Oh blessée !
A force de flirter avec les extrêmes,
Tita de sa vie perd le sens même,
A force de repousser les limites,
Pérpetuellement Tita prend la fuite.
Tita rêve d'un amour canicule
Tita parle d'un monde funambule,
Tita crève dans le désert aride,
Prise au piège de sa peur du vide.
Tita
Tita droomt van een liefde in de hitte,
Tita praat over een wereld van evenwichtskunst,
Tita sterft in de dorre woestijn,
Vastgebonden door haar angst voor de leegte.
Tita versnelt haar pas, zoekt het rijk,
Van de roes in kleuren van saffier,
Tita sleept haar droge keel mee,
Glas op glas zal ze de opening maken.
Al een paar jaar dwaalt ze rond,
In de nacht verliest het echo van haar stem.
Al een paar jaar dwaalt ze rond,
In de nacht verliest het echo van haar stem.
Ze heeft zich laten verblinden door het kwaad dat in haar geworteld is,
Ze wil haar gekwetste intimiteit niet meer in het licht brengen.
Oh gekwetst!
Door steeds te flirten met de extremen,
Verliest Tita de zin van haar leven,
Door de grenzen steeds te verleggen,
Voortdurend vlucht Tita weg.
Tita droomt van een liefde in de hitte,
Tita praat over een wereld van evenwichtskunst,
Tita sterft in de dorre woestijn,
Vastgebonden door haar angst voor de leegte.