395px

Zang van de Drie Rassen

Paulo César Pinheiro

Canto Das Três Raças

Ninguém ouviu um soluçar de dor
No canto do Brasil.
Um lamento triste sempre ecoou
Desde que o índio guerreiro
Foi pro cativeiro e de lá cantou.

Negro entoou um canto de revolta pelos ares
No Quilombo dos Palmares, onde se refugiou.
Fora a luta dos inconfidentes
Pela quebra das correntes.
Nada adiantou.

E de guerra em paz, de paz em guerra,
Todo o povo dessa terra
Quando pode cantar,
Canta de dor.

E ecoa noite e dia: é ensurdecedor.
Ai, mas que agonia
O canto do trabalhador...
Esse canto que devia ser um canto de alegria
Soa apenas como um soluçar de dor

Zang van de Drie Rassen

Niemand hoorde een snik van pijn
In het gezang van Brazilië.
Een treurig lament weerklonk altijd
Sinds de krijger indiaan
In de slavernij ging en van daar zong.

De zwarte zong een lied van opstand in de lucht
In het Quilombo van Palmares, waar hij zich verschool.
Het was de strijd van de vrijheidsstrijders
Voor het breken van de ketens.
Niets hielp.

En van oorlog naar vrede, van vrede naar oorlog,
Heel het volk van dit land
Wanneer het kan zingen,
Zingt van pijn.

En het weerklinkt dag en nacht: het is oorverdovend.
Oh, wat een kwelling
Het gezang van de arbeider...
Dit gezang dat een lied van vreugde zou moeten zijn
Klinkt slechts als een snik van pijn.

Escrita por: Mauro Duarte / Paulo César Pinheiro