395px

Veroordeeld tot de Dood (Dodenlegende)

Peste Noire

Condamné à Lq Pondaison (Légende Funèbre)

Jadis tu pondis un microbe dans ma tête.

Depuis... ce microbe grandit ; tel un ver solitaire
De l'intérieur il tète, boit la chaleur, les couleurs
De mon corps, m'entraînant droit sous terre alors
Dans le marais de la vie évitant les traînées
Je nage sale et seul comme un requin, marteau :
Me lier pour nager, m'attacher à quelqu'un ?
Ce serait couler dans la lie...

Déjà vieillard à vingt ans
Je parle le francien mieux que le français,
C'est qu'aux êtres vivants
Je préfère les langues mortes.
Bien, qu'avec les morts et les mots
Je n'ai pour amicale escorte
Que les démons médiévaux,
Le soir qu'une mentale Hécate
Pour mouvoir ma main droite.

Troll, trop laid, sous contrôle psychiatrique,
Cas isolé je suis ce kamikaze pas drôle
En camisole chimique,
Gueux désolé qui gueule
Aux ordres de Malfé que des obscénités
dans un vieux Black mal fait...

Dieu, je ne veux pas remplacer non
Juste le tuer ; car coupable de rien pourtant
Du grand mélancolique j'ai toujours eu les larmes
Et du terrorisé, l'éternelle colique.
Paranoïaque à blac mes seuls amis sont des armes,
Dans les bois et ma cave, je bois et me cache,
C'est que les rayons du soleil révèlent les taches...

Jadis tu pondis un microbe dans ma tête.

Ce microbe a grandi et a pris de la place
Qu'il se confond aujourd'hui avec son logis :
Si l'être humain que j'étais n'est plus qu'une carcasse,
Ce microbe a grandi c'est un homme à présent
Un homme qui me remplace,
Aussi dur, aussi froid et aussi efficace
Que de l'acier trempé. Écoute bien :

La balle que tu vas prendre dans la tête,
C'est lui, notre enfant.
Car si toi tu as oublié
Du temps de ta pondaison
Les heures reculées, moi toujours
Mon enfance crie vengeance
Et pout sa pendaison, à son tour
Elle viendra t'enculer.

Veroordeeld tot de Dood (Dodenlegende)

Eens bracht je een microbe voort in mijn hoofd.

Sindsdien... groeit die microbe; als een solitaire worm
Zuigt hij van binnen, drinkt de warmte, de kleuren
Van mijn lichaam, sleurt me recht onder de grond dan
In het moeras van het leven, de sporen ontwijkend
Zwem ik vies en alleen als een hamerhaai:
Me binden om te zwemmen, me aan iemand hechten?
Dat zou zinken in de modder zijn...

Al een oude man op twintig jaar
Spreek ik het Frans beter dan het Frans,
Want aan levende wezens
Geef ik de voorkeur aan dode talen.
Welnu, met de doden en de woorden
Heb ik voor vriendelijke begeleiding
Alleen de middeleeuwse demonen,
De avond dat een mentale Hecate
Mijn rechterhand beweegt.

Trol, te lelijk, onder psychiatrische controle,
Een eenzaam geval ben ik die niet-grappige kamikaze
In een chemisch jasje,
Bedelaar die schreeuwt
Op de bevelen van Malfé alleen maar obsceniteiten
In een oude, slecht gemaakte Black...

God, ik wil niet vervangen, nee
Gewoon hem doden; want schuldig aan niets toch
Van de grote melancholicus heb ik altijd de tranen
En van de geterroriseerde, de eeuwige koliek.
Paranoïde in het zwart, mijn enige vrienden zijn wapens,
In het bos en mijn kelder, drink ik en verstop me,
Want de zonnestralen onthullen de vlekken...

Eens bracht je een microbe voort in mijn hoofd.

Die microbe is gegroeid en heeft ruimte ingenomen
Die zich vandaag vermengt met zijn woning:
Als het menselijke wezen dat ik was niet meer dan een karkas is,
Is die microbe gegroeid, het is nu een man
Een man die me vervangt,
Even hard, even koud en even effectief
Als gehard staal. Luister goed:

De kogel die je in je hoofd gaat krijgen,
Dat is hij, ons kind.
Want als jij vergeten bent
Van de tijd van je voortbrenging
De verre uren, ik altijd
Schreeuwt mijn kindertijd om wraak
En voor zijn ophangingen, op zijn beurt
Zal zij komen je neuken.