395px

De Blije Dode

Peste Noire

Le Mort Joyeux

Dans une terre grasse et pleine d'escargots
Je veux creuser moi-même une fosse profonde,
Où je puisse à loisir étaler mes vieux os
Et dormir dans l'oubli comme un requin dans l'onde.

Je hais les testaments et je hais les tombeaux ;
Plutôt que d'implorer une larme du monde,
Vivant, j'aimerais mieux inviter les corbeaux
A saigner tous les bouts de ma carcasse immonde.

O vers! noirs compagnons sans oreille et sans yeux,
Voyez venir à vous un mort libre et joyeux ;
Philosophes viveurs, fils de la pourriture,

A travers ma ruine allez donc sans remords,
Et dites-moi s'il est encore quelque torture
Pour ce vieux corps sans âme et mort parmi les morts !

De Blije Dode

In een vet land vol slakken
Wil ik zelf een diepe kuil graven,
Waar ik op mijn gemak mijn oude botten kan uitstallen
En in de vergetelheid slapen als een haai in de golven.

Ik haat testamenten en ik haat graven;
Liever dan te smeken om een traan van de wereld,
Wil ik, terwijl ik leef, de raven uitnodigen
Om al het vlees van mijn vieze karkas te laten bloeden.

O verzen! zwarte metgezellen zonder oren en ogen,
Zie een blije en vrije dode naar jullie komen;
Levende filosofen, kinderen van de verrotting,

Ga zonder wroeging door mijn ruïne,
En vertel me of er nog enige marteling is
Voor dit oude lichaam zonder ziel, dood tussen de doden!

Escrita por: