Inori
かげのないしろいひろば
kage no nai shiroi hiroba
BENCHIにすわるぼくのまえを
BENCHI ni suwaru boku no mae o
くろいてんしがよこぎった
kuroi tenshi ga yokogitta
かごにはきれいなはと
kago ni wa kirei na hato
おんなのこのてにふうせん
onna no ko no te ni fuusen
かわいたしゅくほうが
kawaita shukuhou ga
そらのしたでひびいた
sora no shita de hibiita
(ふかいぜつぼう、あまいきぼう)
(fukai zetsubou, amai kibou)
そんなことにぼくらは
sonna koto ni bokura wa
ぐちゃぐちゃになりながら
gucha-gucha ni narinagara
あるいてこう
aruitekou
(ひだるまのおうさまも
(hidaruma no ou-sama mo
みずびたしのふろうしゃも
mizubitashi no furousha mo
ちからなくうたうぼくも、くりかえすよ
chikara naku utau boku mo, kurikaesu yo
このまま)
kono mama)
かげのないしろいひろば
kage no nai shiroi hiroba
みんなはかえるしたく
minna wa kaeru shitaku
いなくなるまえにぼくも
inaku naru mae ni boku mo
いかなくちゃ
ikanakucha
ふうせんとはとはいつか
fuusen to hato wa itsuka
すいこまれみえなくなる
suikomare mienaku naru
せいしょのないぼくらならそらのしたでいのろう
seisho no nai bokura nara sora no shita de inorou
Inori
een plein zonder schaduw ---.
voor me op de bank
schuifelt een zwarte engel voorbij
in de kooi zit een mooie duif
een meisje houdt een ballon vast
het dorre gebed
weergalmt onder de lucht
(diepe wanhoop, zoete hoop)
voor zulke dingen zijn wij
terwijl we in de war zijn
laten we verder lopen
(de koning van de schaduwen
en de zwervende zwerver
en ik, die zonder kracht zing, herhaal het
zoals het is)
een plein zonder schaduw ---.
iedereen wil naar huis
voor ik verdwijn, moet ik ook
weggaan
ballonnen en duiven zullen
gaan verdwijnen, niet meer zichtbaar
als wij zonder heiligheid zijn, laten we onder de lucht bidden