Vesper
Na escuridão do quarto
Luz da tv no rosto do irmão
Esperando ansioso carta do pai na prisão
Um nervo estrangulado
Sinal fechado, a velha vai ao chão
Sangue escorre pela faixa
Ninguém estende a mão
Salário, juros do cartão
Nas prateleiras tudo é caro
Mesmo assim namoro
Com as garrafas no balcão
Foi por medo, foi porque
Não reconheci minha fraqueza em você
A escola te aborrece
Pra se encaixar não existe lição
Ninguém vai rir por último
Com a arma na tua mão
Bater a meta é foda
Já bate o desânimo no busão
Na frente do filho, humilhado pelo patrão
Um mendigo descontrolado
Rola escada abaixo na estação
Enxergava um cadafalso
A um passo do portão
Foi por medo, foi porque
Não reconheci minha fraqueza em você
Vesper
In de duisternis van de kamer
Licht van de tv op het gezicht van mijn broer
Wachtend op een brief van mijn vader in de gevangenis
Een verstrikt zenuw
Rood licht, de oude vrouw valt neer
Bloed stroomt over de straat
Niemand steekt een hand uit
Salaris, rente van de creditcard
Op de planken is alles duur
Toch heb ik een relatie
Met de flessen op de bar
Het was uit angst, het was omdat
Ik mijn zwakte in jou niet herkende
De school verveelt je
Om erbij te horen is er geen les
Niemand lacht als laatste
Met het wapen in jouw hand
De doelstelling halen is kut
Al voel ik de moed al zakken in de bus
Voor de ogen van mijn kind, vernederd door de baas
Een oncontroleerbare zwerver
Rol naar beneden bij het station
Zag een schavot
Op een stap van de poort
Het was uit angst, het was omdat
Ik mijn zwakte in jou niet herkende