Cores do Vento (Portugal)
Tu achas que eu sou uma selvagem
E conheces o mundo
Mas eu não posso crer
Não posso acreditar
Que selvagem possa ser
Se tu é que não vês em teu redor (teu redor)
Tu pensas que esta terra te pertence
Que o mundo é um ser morto mas vais ver
Que cada pedra, planta ou criatura
Está viva e tem alma, é um ser
Tu dás valor apenas às pessoas
Que acham como tu sem se opôr
Mas segue as pegadas de um estranho
E terás mil surpresas de esplendor
Já ouviste o lobo uivando no luar azul
Ou porque ri o lince com desdém
Sabes vir cantar com as vozes da montanha
E pintar com quantas cores o vento tem
E pintar com quantas cores o vento tem
Vem descobrir os trilhos da floresta
Provar a doce amora e o seu sabor
Rolar no meio de tanta riqueza
E não querer indagar o seu valor
Sou a irmã do rio e do vento
A garça, a lontra são iguais a mim
Vivemos tão ligados uns aos outros
Neste arco, neste círculo sem fim
Que altura a árvore tem
Se a derrubares não sabe ninguém
Nunca ouvirás o lobo sobre a lua azul
O que é que importa a cor da pele de alguém
Temos que cantar com as vozes da montanha
E pintar com quantas cores o vento tem
Mas tu só vais conseguir
Esta terra possuir
Se a pintares com quantas cores o vento tem
Kleuren van de Wind (Portugal)
Jij denkt dat ik een wilde ben
En kent de wereld
Maar ik kan het niet geloven
Kan het niet geloven
Dat wildheid kan zijn
Als jij niet ziet wat er om je heen is (om je heen)
Jij denkt dat deze aarde jou toebehoort
Dat de wereld een dode is, maar je zult zien
Dat elke steen, plant of schepsel
Levend is en een ziel heeft, is een wezen
Jij waardeert alleen de mensen
Die denken zoals jij zonder zich te verzetten
Maar volg de sporen van een vreemde
En je zult duizend verrassingen van pracht hebben
Heb je de wolf al horen huilen onder de blauwe maan
Of waarom de lynx met minachting lacht
Weet je te zingen met de stemmen van de bergen
En te schilderen met zoveel kleuren als de wind heeft
En te schilderen met zoveel kleuren als de wind heeft
Kom de paden van het bos ontdekken
Proef de zoete braam en zijn smaak
Rol midden in zoveel rijkdom
En niet willen vragen naar zijn waarde
Ik ben de zus van de rivier en de wind
De reiger, de otter zijn gelijk aan mij
We leven zo verbonden met elkaar
In deze boog, in deze cirkel zonder einde
Hoe hoog is de boom
Als je hem omhakt, weet niemand het
Je zult de wolf nooit horen onder de blauwe maan
Wat doet de kleur van iemands huid ertoe
We moeten zingen met de stemmen van de bergen
En schilderen met zoveel kleuren als de wind heeft
Maar je zult alleen kunnen
Deze aarde bezitten
Als je het schildert met zoveel kleuren als de wind heeft