Piep (Het muisje)
Er was eens een heel klein muisje
Die vroeg aan zijn moeder
Moe, he moe, mag ik naar de zolder toe
'k Zit me hier maar te vervelen en daar kan ik lekker spelen
En moeder zei: 't Is goed mijn kind, zorg dat je wat lekkers vindt
Gedraag je als een grote muis en blijf niet al te lang van huis
Het muisje ging op pad, hij wist niet hoe-ie 't had
De zolder was zo hoog en groot
Hij vond wat kaas, een stukje brood
Hij ging wat slapen heel tevree
En toen-ie zijn oogjes open dee
Hoorde hij een zacht geruis
Daar vloog een hele grote
Daar vloog een hele zwarte vleermuis
Het muisje keek verbijsterd toe
En holde weer terug naar zijn moe
Moeder, 't is echt waar
Weet je wat ik heb gezien
Een engel met zwart haar
Piep piep piep
Pío (El ratoncito)
Había una vez un ratoncito muy pequeño
Que le preguntó a su madre
Mamá, mamá, ¿puedo ir al desván?
Aquí me aburro y allí puedo jugar
Y la madre dijo: Está bien, hijo mío, asegúrate de encontrar algo rico
Comportate como un ratón grande y no te alejes por mucho tiempo de casa
El ratoncito se puso en marcha, no sabía cómo hacerlo
El desván era tan alto y grande
Encontró un poco de queso, un pedazo de pan
Se quedó dormido muy contento
Y cuando abrió los ojos
Escuchó un suave susurro
Allí volaba un murciélago muy grande
Allí volaba un murciélago muy negro
El ratoncito miraba atónito
Y corrió de vuelta hacia su madre
Mamá, es verdad
¿Sabes qué vi?
Un ángel con cabello negro
Pío pío pío