395px

Aan het Einde van een Werkdag

Riccardo Fogli

Alla Fine Di Un Lavoro

Io qui, cercarmi un sì:
fine del lavoro, domani che fai,
ancora una volta e quante chissà
stasera torno a casa, stasera mi va.
Ma so che non dormirò,
per tutta la notte duemila idee,
come il primo giorno di qualche anno fa
cercherò da solo le stesse verità.
Noi si viaggiava sorridendo
e c'era sempre chi dormiva dopo un po'
e fare finta di niente
se poi qualcuno si allargava un po' di più.
Ma quanta nebbia che c'è
e quanto tempo è passato per me;
poi la testa cambia qualcosa non va,
ma un po' di me so che è rimasto là.
C'è sempre chi mi domanda:
che pensi dei tuoi vecchi amici,
ma risposta non c'è mai.

Poi via, che tempo non c'è
ora sono solo e guido da me,
chissà se la mia donna ora dorme di già
mentre fumo piano, che ora sarà.
Tra un po' sarò a casa mia
ed un vecchio disco mi farà compagnia;
forse adesso stanno parlando di me
chi mi stava accanto da un po' più non c'è.
Noi si cantava sorridendo
e si finiva per parlare anche di lei
lei che bagnava di pianto
la spalla di chi si fermava un po' di più.
E c'era sempre tra noi
chi aveva perso il cuore in qualche città;
quante storie, quante canzoni per noi:
non si ferma il ricordo che va.
Ed ogni volta è lo stesso:
quando finisce un lavoro si è un po' giù.

Nelle vene corre un po' di follia,
ma questa vita strana è proprio la mia.

Aan het Einde van een Werkdag

Ik hier, zoek een ja:
einde van het werk, wat doe je morgen,
weer een keer en hoeveel weet je
vannacht ga ik naar huis, vannacht heb ik er zin in.
Maar ik weet dat ik niet zal slapen,
heel de nacht tweeduizend ideeën,
zoals de eerste dag van een paar jaar geleden
zal ik alleen dezelfde waarheden zoeken.
Wij reisden lachend
en er was altijd iemand die na een tijdje sliep
en doen alsof er niets aan de hand was
als iemand zich wat meer uitstrekte.
Maar wat een mist er is
en hoeveel tijd is er voor mij verstreken;
verandert iets in mijn hoofd, iets klopt niet,
maar een deel van mij weet dat het daar is gebleven.
Er is altijd iemand die me vraagt:
wat denk je van je oude vrienden,
maar er is nooit een antwoord.

Dan maar weg, want er is geen tijd
nu ben ik alleen en rijd ik zelf,
weet niet of mijn vrouw nu al slaapt
terwijl ik rustig rook, hoe laat zal het zijn.
Over een tijdje ben ik thuis
en een oude plaat houdt me gezelschap;
misschien praten ze nu over mij
wie al een tijdje naast me zat is er niet meer.
Wij zongen lachend
en eindigden met praten over haar
zij die met tranen
de schouder nat maakte van wie iets langer bleef staan.
En er was altijd tussen ons
wie zijn hart in een of andere stad verloor;
wat een verhalen, wat een liedjes voor ons:
de herinnering stopt niet met gaan.
En elke keer is het hetzelfde:
wanneer een werk eindigt, voel je je een beetje down.

In mijn aderen stroomt een beetje gekte,
maar dit vreemde leven is echt het mijne.

Escrita por: M. Fabrizio