Vreemdeling
Innig grote donkere ogen
In dit grijze vlakke land
Voel je dat ze je niet mogen
Sta je daarom aan de kant
Met een trui over je sarong
Bij een flat in Waddinxveen
Ver van huis
Maar nog veel verder van de mensen om je heen
Woho vreemdeling, vreemdeling
Ik ben net zo vreemd als jij
Vreemdeling, ik hoor d'r liever ook niet bij
Een mooie slanke bruine hand
In een aarzelend gebaar
Ben ik vriend of tel ik niet mee
Waarvandaan, oh ja vandaan
Je kijkt omhoog naar het neonlicht
Waar jouw god had moeten zijn
Ja je wist het al van honger
Maar ook welvaart doet soms pijn
Woho vreemdeling, vreemdeling
Ik ben net zo vreemd als jij
Vreemdeling, ik hoor d'r liever ook niet bij
Ik zag je staan toen ik voorbij reed
In de trein
Zou ik in jouw wereld net zo eenzaam zijn
Ik zag je staan toen ik voorbij reed
In de trein
Zou ik in jouw wereld net zo eenzaam zijn
Forastero
Con profundos ojos oscuros
En esta tierra gris y plana
Sientes que no te quieren
¿Por eso estás apartado?
Con un suéter sobre tu sarong
Junto a un edificio en Waddinxveen
Lejos de casa
Pero mucho más lejos de la gente a tu alrededor
Forastero, forastero
Soy tan extraño como tú
Forastero, tampoco quiero pertenecer aquí
Una hermosa y delgada mano morena
En un gesto vacilante
¿Soy amigo o no cuento?
¿De dónde vienes, oh sí, de dónde?
Mirando hacia arriba a la luz de neón
Donde debería estar tu dios
Sí, ya lo sabías por el hambre
Pero la prosperidad también duele a veces
Forastero, forastero
Soy tan extraño como tú
Forastero, tampoco quiero pertenecer aquí
Te vi parado cuando pasaba
En el tren
¿Estaría tan solo en tu mundo?
Te vi parado cuando pasaba
En el tren
¿Estaría tan solo en tu mundo?