395px

Gerard (En memoria)

Robert Long

Gerard (In memoriam)

Vorige maand is Gerard van der B. begraven
Dik in de zeventig denk ik dat ie wel was
'De kruidenier', de naam die wij hem destijds gaven
Schoot door mijn hoofd toen ik de advertentie las

Ik zal zo'n jaar of 16, 17 geweest zijn
Ontluikend homo in een middelgrote stad
En in het weekend zou er, bij een vriend, een feest zijn
Een nichtenfuif. En ddaar kwam Gerard op mijn pad

Het feest was ergens in een kelder aan het water
Er hingen zwarte vissersnetten aan 't plafond
Ik vond het eng, er werd gedanst, er klonk geschater
En toen opeens gleed er een hand over mijn kont

Ik keek en zag een dunne, kale man met bril staan
Z'n bolle ogen puilden bijna uit z'n kop
Hij zei: Ik raakte zo maar eventjes je bil aan
Ik siste: Sodemieter godverdomme op

Die avond leerde ik een aantal mensen kennen
Ik dronk jenever en ik danste met een man
Ik moest aan al die dingen nog ontzettend wennen
En al die tijd zat brillemans achter me an

Een mooie jongen, die soms even naar me lachte
Kwam naar me toe en zei: Hallo, ik ben Rogier
Hij doet je niks. Het is gewoon een halve zachte
Ik noem hem voor mijzelf Gerard, de kruidenier

De hele avond bleef ik om Rogier heendraaien
En zag 'de kruidenier' soms even bij hem staan
Rogier liet zich gewoon over z'n billen aaien
Toen 't feest voorbij was zijn wij, samen, weggegaan

Rogier was twintig, hij gedroeg zich heel volwassen
En seksueel was ie volkomen ongeremd
Ik zag voor 't eerst een jongen in de wasbak plassen
Naar mijn idee waren we voor elkaar bestemd

Rogier wist over Gerard allerlei verhalen
Hij was getrouwd, en had een winkel in de stad
En wou alleen maar seks wanneer hij mocht betalen
Dus ging Rogier wel eens, als ie geen geld meer had

Volgens Rogier was Gerards vrouw nogal een vrome
Er was een zoontje en een goed beklante zaak
En 's zondagmorgens liet hij jongens bij zich komen
Als zij ter kerke was. Helaas 1 keer te vaak

Rogier vertelde dat hij die bewuste morgen
De kruidenier voor vijftig piek bevredigd had
Maar dat zijn vrouw zich blijkbaar ergens had verborgen
En hoe zij plotseling de slaapkamer betrad

En Gerard stond daar, met z'n uitpuilende ogen
Rogier, die zich in allerijl had aangekleed
Was door de tuin, over de schutting heen gevlogen
We moesten lachen. Jonge mensen zijn vaak wreed

Tussen Rogier en mij is het niet veel geworden
Het klikte toch bij nader inzien niet zo goed
Op Gerards winkel stond 'te koop' op gele borden
Hij was gescheiden en z'n zaak was doodgebloed

Zaterdagavond laat, het gutste van de regen
Ik kwam van vrienden, het was somber in de stad
Ik was te voet en kwam - na twee jaar - Gerard tegen
Hij zag eruit of hij teveel gezopen had

Hij keek me aan, zijn ogen waren bloeddoorlopen
En puilden, erger nog dan vroeger, uit z'n kop
Toen brak een glimlach zijn gezicht heel even open:
Jij bent die knul die zei: He, sodemieter op

Hij stond erop, de kroeg in voor de laatste ronde
En hij vertelde van z'n treurige bestaan
Zijn zaak, zijn scheiding en nog iedere seconde
Miste hij John, zijn zoon, daar dacht hij altijd aan

Hij had een baantje bij de overheid gevonden
En in het weekend nam hij hoerenjongens mee
Die hem dan sloegen en hem aan zijn bed vastbonden
Tegen betaling. En daarna naar het cafe

Zijn hele leven was volledig naar de kloten
Ik ben pas veertig, zei hij, en het is voorbij
Ik voel me nutteloos en oud en uitgestoten
Voor 't eerst in maanden een gesprek zoals met mij

Had ik nog zin een eindje met hem mee te lopen?
(Waar woon je? Oh, da's niet zover bij mij vandaan)
Het was nu droog, hoewel de bomen droevig dropen
En ik ben (medelij?) mee naar z'n flat gegaan

Nou ja, z'n flat! Een uitgeleefde kamer
Een bed, een kast, een bank, een tafel en een stoel
Een dodencel was volgens mij nog aangenamer
Ik kreeg een beetje een onbehagellijk gevoel

Maar ik was jong en ik geloofde in het goede
Noem het maar christelijk, humaan of infantiel
Nou, hoe dan ook, het ging hem blijkbaar om mjn roede
En ik had medelijden met de arme ziel

En ik wou nobel zijn en menselijk en edel
Hij was bezopen, knielde voor me op de grond
En ik keek neer op die bezwete, kale schedel
Zijn bolle ogen en zijn kwijlerige mond

Toen het voorbij was, stond hij klaar met vijftig gulden
Ik zag die bolle ogen, en die kale kop
Ik wou die dodencel ontvluchten, en ik brulde:
Ach klootzak, sodemieter godverdomme op

Vorige maand is Gerard van der B. begraven
Zijn zoon heeft blijkbaar nog zijn laatste eer gered
'De kruidenier', de naam die wij hem destijds gaven
Is samen met zijn trieste leven, bijgezet

Ik dacht: Je wilde blijkbaar je gevoel verzwijgen
Je leefde, maar je speelde altijd dubbelspel
Je kunt het na je dood gewoon niet rotter krijgen
Je was de laatste veertig jaar al in de hel

Gerard (En memoria)

El mes pasado enterraron a Gerard van der B.
Ya era bastante mayor, creo que rondaba los setenta
'El tendero', el nombre que le dimos en aquel entonces
Vino a mi mente cuando leí el obituario

Debía tener unos 16, 17 años
Un joven homosexual en una ciudad mediana
Y ese fin de semana, en casa de un amigo, habría una fiesta
Una fiesta de maricas. Y ahí fue donde conocí a Gerard

La fiesta era en un sótano junto al agua
Había redes de pescador negras colgando del techo
Me sentí incómodo, se bailaba, se reía
Y de repente una mano pasó por mi trasero

Miré y vi a un hombre delgado, calvo y con gafas
Sus ojos saltones casi se salían de sus órbitas
Dijo: Solo te toqué un poco el trasero
Yo le espeté: Vete al carajo, maldito

Esa noche conocí a varias personas
Tomé ginebra y bailé con un hombre
Tenía que acostumbrarme a todas esas cosas
Y todo ese tiempo el hombre de las gafas me seguía

Un chico guapo, que de vez en cuando me sonreía
Se acercó y dijo: Hola, soy Rogier
No te hará nada. Es solo un blando
Yo lo llamo para mí Gerard, el tendero

Toda la noche estuve cerca de Rogier
Y vi a 'el tendero' a su lado a veces
Rogier dejaba que le acariciaran el trasero
Cuando terminó la fiesta, nos fuimos juntos

Rogier tenía veinte años, se comportaba muy adulto
Y era completamente desinhibido sexualmente
Vi por primera vez a un chico orinar en el lavabo
Me parecía que estábamos destinados el uno para el otro

Rogier sabía muchas historias sobre Gerard
Estaba casado y tenía una tienda en la ciudad
Y solo quería sexo cuando podía pagar
Así que Rogier a veces iba, cuando ya no tenía dinero

Según Rogier, la esposa de Gerard era muy devota
Tenían un hijo y un negocio próspero
Y los domingos por la mañana recibía a chicos en casa
Cuando ella estaba en la iglesia. Lamentablemente, una vez de más

Rogier contó que esa mañana fatídica
Había complacido al tendero por cincuenta florines
Pero su esposa aparentemente se había escondido
Y de repente entró en la habitación

Y Gerard estaba allí, con sus ojos saltones
Rogier, que se había vestido rápidamente
Saltó por el jardín, sobre la valla
Nos reímos. Los jóvenes a menudo son crueles

Entre Rogier y yo no pasó mucho más
Al final, no conectamos tan bien como pensábamos
En la tienda de Gerard decía 'se vende' en carteles amarillos
Se había divorciado y su negocio había fracasado

Un sábado por la noche, llovía a cántaros
Venía de casa de amigos, la ciudad estaba sombría
Iba a pie y, después de dos años, me encontré con Gerard
Parecía que había bebido demasiado

Me miró, sus ojos estaban inyectados en sangre
Y salían aún más de sus órbitas que antes
Entonces una sonrisa se abrió en su rostro por un instante:
Tú eres el chico que dijo: Eh, vete al carajo

Insistió en ir al bar para la última ronda
Y me contó sobre su triste existencia
Su negocio, su divorcio y cada segundo
Extrañaba a John, su hijo, siempre pensaba en él

Había encontrado un trabajo en el gobierno
Y los fines de semana llevaba chicos de la calle a su casa
Que lo golpeaban y lo ataban a la cama
A cambio de dinero. Y luego al bar

Su vida entera estaba hecha un desastre
Apenas tengo cuarenta, dijo, y ya se acabó
Me siento inútil, viejo y rechazado
Por primera vez en meses, tuve una conversación como esta

¿Tenía ganas de acompañarlo un trecho?
(¿Dónde vives? Oh, no está lejos de mi casa)
Ahora no llovía, aunque los árboles goteaban tristemente
Y fui (compasión?) con él a su apartamento

Bueno, su apartamento. Una habitación desgastada
Una cama, un armario, un sofá, una mesa y una silla
Una celda de muerte sería más acogedora
Sentí un poco de incomodidad

Pero era joven y creía en lo bueno
Llámalo cristiano, humano o infantil
Bueno, de todos modos, parecía que le importaba mi miembro
Y tuve compasión por el pobre alma

Y quise ser noble, humano y generoso
Estaba borracho, se arrodilló frente a mí en el suelo
Y miré hacia abajo a esa calva sudorosa
Sus ojos saltones y su boca babosa

Cuando terminó, sacó cincuenta florines
Vi esos ojos saltones y esa cabeza calva
Quería huir de esa celda de muerte, y grité:
¡Maldito idiota, vete al carajo!

El mes pasado enterraron a Gerard van der B.
Su hijo al parecer le rindió un último homenaje
'El tendero', el nombre que le dimos en aquel entonces
Se ha ido junto con su triste vida

Pensé: Aparentemente querías ocultar tus sentimientos
Viviste, pero siempre jugaste un doble juego
Después de muerto, simplemente no puedes estar peor
Llevabas cuarenta años en el infierno

Escrita por: