El Setè Estel (La Flor Del Somni)
M'han regalat un núvol
I si te'l dono tot,
Tindrem un camp de núvols,
Un riu de pluges,
Tres sols al dia
I trenta llunes de nit.
Tant sols set estrelles
En l'espai del cel,
Campanes de nit suau.
I cada dia
De la setmana
Tu I jo n'acollirem un.
Dilluns en caurà un,
Dimarts un altre
I així cada nit suau.
I quan sigui dissabte
Entre les trenta llunes
No n'hi quedarà cap.
I amb el diumenge
En naixeran set més.
Recollirem desitjos,
Floretes de nit,
Una per a cada dia,
Una per cada tres sols.
Tot just ara es ponen els sols,
Trenta llunes obren els ulls
I un sol estel perquè avui és dissabte,
Un sol estel fugaç,
Mira com cau el setè estel,
El setè estel és tot per a tu.
El setè estel dibuixa llum en el seu vol,
Molta més llum que les trenta llunes juntes.
El setè estel dibuixa llum en el seu vol,
Molta més llum que els tres sols de cada dia.
Aquesta nit caminarem junts
Fins a trobar el setè estel.
No ha caigut molt lluny d'aquí,
Prop de la font
Crec que l'he vist deixar-se,
Prop de l'aigua deu ser.
I enmig de la rasa
Brilla la seva llum,
Sobre una roca humida
Entre l'aigua I l'aigua
Reposa esperant-nos
Com una cuca de llum.
Eres a punt d'agafar-lo
Però has caigut a l'aigua,
I jo no sabia que de nit
Volaven les garses,
Perquè era ben bé una garsa
Qui s'ha endut el teu estel.
Volava la malparida,
Vés a saber cap on.
I tu I jo tornant a casa:
Aquesta nit no hi ha estel,
Però encara hi ha trenta llunes
I demà en naixeran altres set.
Terra meravellosa,
Tu que tens tres sols,
Tu que tens trenta llunes
I set estels de nit,
I cada nit un estel fugaç,
I cada nit un sol desig.
Isàrnia, crepuscle entre els dos mons,
Besada entre les llunes I els sols.
Isàrnia, paradís infernal,
Besada entre la terra I el cel.
De Zevende Ster (De Bloem van de Droom)
Ik heb een wolk gekregen
En als ik hem je geef,
Hebben we een veld vol wolken,
Een rivier van regen,
Drie zonnen per dag
En dertig manen in de nacht.
Slechts zeven sterren
In de ruimte van de lucht,
Klokken van zachte nacht.
En elke dag
Van de week
Zullen jij en ik er één verwelkomen.
Maandag valt er één,
Dinsdag weer een ander
En zo elke zachte nacht.
En als het zaterdag is
Tussen de dertig manen
Zal er geen enkele meer zijn.
En met de zondag
Zullen er zeven meer geboren worden.
We zullen wensen verzamelen,
Bloemetjes van de nacht,
Één voor elke dag,
Één voor elke drie zonnen.
Net nu gaan de zonnen onder,
Dertig manen openen hun ogen
En één enkele ster omdat het vandaag zaterdag is,
Één enkele vallende ster,
Kijk hoe de zevende ster valt,
De zevende ster is helemaal voor jou.
De zevende ster tekent licht in zijn vlucht,
Veel meer licht dan de dertig manen samen.
De zevende ster tekent licht in zijn vlucht,
Veel meer licht dan de drie zonnen van elke dag.
Vanavond zullen we samen lopen
Tot we de zevende ster vinden.
Hij is niet ver van hier gevallen,
Dicht bij de bron
Ik geloof dat ik hem heb zien vallen,
Dicht bij het water moet hij zijn.
En midden in de greppel
Schijnt zijn licht,
Op een vochtige steen
Tussen het water en het water
Rustend wachtend op ons
Als een vuurvlieg.
Je staat op het punt hem te pakken
Maar je bent in het water gevallen,
En ik wist niet dat 's nachts
De kraaien vlogen,
Want het was echt een kraai
Die je ster heeft meegenomen.
Die rotzak vloog weg,
Wie weet waarheen.
En jij en ik op weg naar huis:
Vanavond is er geen ster,
Maar er zijn nog dertig manen
En morgen zullen er weer zeven geboren worden.
Wonderbaarlijke aarde,
Jij die drie zonnen hebt,
Jij die dertig manen hebt
En zeven sterren in de nacht,
En elke nacht een vallende ster,
En elke nacht een zonnenwens.
Isàrnia, schemering tussen de twee werelden,
Kus tussen de manen en de zonnen.
Isàrnia, hels paradijs,
Kus tussen de aarde en de lucht.