Trem da História
Lá vai o trem da historia tocando a todo vapor
Cumprindo com seu papel de um menestrel sonhador
Apita e solta fumaça pelas montanhas gerais
Vivendo só de pirraça do meio das capitais
Unindo trilhos urbanos com outros trilhos rurais
Vem lá de Jequitinhonha, quem sabe do Rio Doce
E toda noite ele sonha, se trem de carga ele fosse
Levava em cada vagão, violo, surdo e pandeiro
Parava em toda estação, chamava o povo inteiro
Pode subir coração que esse trem é brasileiro
Vamos embora gente, olha o apito do trem
Vamos seguir a história com a canção brasileira
Para que nossa memória não se acabe em poeira
E no peito bate um coração aflito
Feito um tambor de folia descompassado e bonito
Perdido pelas estradas destino deste pais
Olha o menino sem nada sonhando em ser feliz
E a multidão destoada sem rumo e sem ter raiz
E nessa hora sou eu, um folião congadeiro
Violeiro, cavaleiro, andante, um trovador
Um marujo canoeiro, tropeiro la do alem
Da janela deste trem vou cantando meu amor
Para que o ano que vem não haja fome nem dor
Para que no ano que vem haja mais verde e mais flor
Trein van de Geschiedenis
Daar gaat de trein van de geschiedenis, stoomt voluit
Vervult zijn rol als een dromerige minstreel, zo luid
Toetert en blaast rook over de bergen zo wijd
Leeft alleen uit koppigheid, tussen de steden, zo vrij
Verbindt stedelijke sporen met landelijke lijnen
Komt daar uit Jequitinhonha, misschien uit de Rio Doce, zo fijn
En elke nacht droomt hij, als hij een goederentrein was
Zou hij in elke wagon, viool, surdo en pandeiro, zo ras
Stopte bij elk station, riep het hele volk bijeen
Kom maar op, hart, deze trein is van ons, dat is geen schijn
Laten we gaan, mensen, hoor het fluitsignaal van de trein
Laten we de geschiedenis volgen met het Braziliaanse lied, zo rein
Zodat onze herinnering niet vergaat in stof en pijn
En in mijn borst klopt een ongerust hart
Als een onregelmatige en mooie foliedrum, zo apart
Verdwaald op de wegen, bestemming van dit land
Kijk naar het kind zonder iets, dat droomt van een leven vol stand
En de menigte, niet in harmonie, zonder richting en geen band
En in dat moment ben ik, een foliant congadeiro, zo vrij
Violeiro, ruiter, reiziger, een troubadour, oh zo blij
Een zeeman, een kanoër, een herder van daar, zo ver
Van het raam van deze trein zing ik mijn liefde, keer op keer
Zodat er volgend jaar geen honger of pijn zal zijn, zo teer
Zodat er volgend jaar meer groen en meer bloemen zullen zijn, keer op keer.