Não Temas, Sou Eu
Um dia os discípulos entraram no mar
A ordem de Jesus foi para atravessar
Enquanto Ele ia falar com Pai em oração
Mas antes de seguir foi despedir a multidão
O barco já estava no meio do mar
Jesus no seu cantinho não para de orar
O vento era contrário à embarcação
Discípulos cansados com o remo na mão
Mas algo sobrenatural iria acontecer
Jesus ia mostrar o seu grande poder
"Parece um fantasma" os discípulos pensaram
Ficaram espantados quando observaram
Pois era Ele quem vinha no meio do mar
A cena é bonita dá pra imaginar
Não tinha barco nem navio para o conduzir
Imaginando a cena ela deve ter sido assim
Lá vem Jesus andando por cima do mar
Tá na água mas parece no asfalto andar
Não afunda, não balança, não tem medo
Ele anda porque sabe andar
Discípulos atônitos sem nada entender
Parece um fantasma, uma miragem, deve ser
Jesus se aproxima dos discípulos e começa a dizer
Não temas sou eu, não temas sou eu, não temas
Eu tenho o controle da situação
Não temas sou eu, não temas sou eu, não temas
O controle do vento e das águas estão em minhas mãos
Wees Niet Bang, Het Ben Ik
Op een dag gingen de leerlingen de zee op
Jezus gaf de opdracht om over te steken, heel vroom
Terwijl Hij met de Vader in gebed was, heel stil
Maar eerst moest Hij de menigte wegsturen, dat was zijn wil
Het schip was al midden op de zee, heel ver
Jezus in zijn hoekje, maar Hij stopt niet met bidden, keer op keer
De wind was tegen, het schip had het zwaar
De leerlingen waren moe, met de riemen in de baar
Maar iets bovennatuurlijks zou gaan gebeuren, heel snel
Jezus zou zijn grote kracht tonen, dat is wel
"Het lijkt een spook" dachten de leerlingen in de nacht
Ze schrokken toen ze het zagen, dat had hen verrast
Want het was Hij die over de zee kwam, heel vrij
Het beeld is mooi, dat kan je je goed voorstellen, oh zo blij
Er was geen schip of boot om Hem te vervoeren
Als je het je voorstelt, moet het zo zijn geweest, dat kan je niet negeren
Daar komt Jezus, lopend over het water, heel snel
Hij staat op het water, maar lijkt wel op asfalt, dat is wel
Hij zinkt niet, hij wiebelt niet, hij heeft geen schrik
Hij loopt omdat Hij weet hoe Hij dat moet, dat is zijn truc
De leerlingen verbijsterd, begrijpen er niets van, heel raar
Het lijkt een spook, een illusie, dat is wat ze daar
Jezus komt dichterbij en begint te zeggen, heel fijn
Wees niet bang, het ben ik, wees niet bang, het ben ik, wees niet bang
Ik heb de controle over de situatie, dat is wat ik kan
Wees niet bang, het ben ik, wees niet bang, het ben ik, wees niet bang
De controle over de wind en de wateren zijn in mijn hand.