395px

De Jongen bij de Poort

Sérgio Reis

O Menino da Porteira

Toda vez que eu viajava pela estrada de Ouro Fino
De longe eu avistava a figura de um menino
Que corria abrir a porteira e depois vinha me pedindo
Toque o berrante, seu moço, que é pra eu ficar ouvindo

Quando a boiada passava e a poeira ia baixando
Eu jogava uma moeda e ele saía pulando
Obrigado, boiadeiro, que Deus vá lhe acompanhando
Pra aquele sertão afora meu berrante ia tocando

No caminho desta vida muito espinho eu encontrei
Mas nenhum calou mais fundo do que isto que eu passei
Na minha viagem de volta qualquer coisa eu cismei
Vendo a porteira fechada, o menino não avistei

Apeei do meu cavalo num ranchinho beira-chão
Vi uma mulher chorando, quis saber qual a razão
Boiadeiro veio tarde, veja a cruz no estradão
Quem matou o meu filhinho foi um boi sem coração

Lá pras bandas de Ouro Fino levando gado selvagem
Quando passo na porteira até vejo a sua imagem
O seu rangido tão triste mais parece uma mensagem
Daquele rosto trigueiro desejando-me boa viagem

A cruzinha do estradão do pensamento não sai
Eu já fiz um juramento que não esqueço jamais
Nem que o meu gado estoure, que eu precise ir atrás
Neste pedaço de chão berrante eu não toco mais

De Jongen bij de Poort

Elke keer dat ik reisde over de weg van Ouro Fino
Zag ik in de verte de figuur van een jongen
Die kwam rennen om de poort te openen en daarna vroeg hij me
Speel op je hoorn, meneer, zodat ik kan blijven luisteren

Wanneer de kudde voorbijging en het stof weer zakte
Gooi ik een munt en hij sprong blij omhoog
Dank je, veehouder, dat God je mag begeleiden
Door dat verre gebied klonk mijn hoorn steeds verder

Op het pad van dit leven heb ik veel doornen gevonden
Maar geen enkele deed meer pijn dan dit wat ik heb doorstaan
Op mijn terugreis begon ik te twijfelen
De poort was gesloten, de jongen zag ik niet meer

Ik stapte van mijn paard bij een hut aan de rand
Zag een vrouw huilen, vroeg wat de reden was
Veehouder kwam te laat, kijk naar het kruis op de weg
Wie mijn zoontje heeft vermoord was een stier zonder hart

Daar in de buurt van Ouro Fino met wild vee
Als ik langs de poort kom zie ik zelfs zijn beeld
Zijn treurige gekraak lijkt meer op een boodschap
Van dat bruine gezicht dat me een goede reis wenst

Het kruisje op de weg gaat niet uit mijn gedachten
Ik heb een eed gezworen die ik nooit vergeet
Zelfs als mijn vee ontsnapt en ik moet gaan zoeken
Dit stukje grond met de hoorn raak ik nooit meer aan

Escrita por: Luizinho, Teddy Vieira