De derde (1)
Drie kleine jongetjes uit de Van Royenlaan
Die merkten: op de school is het leven hard
Er kunnen maar twee naast elkaar, nietwaar?
Een moet op een bankje apart
Drie kleine jongetjes uit de Van Royenlaan
Die zwoeren: niks ter wereld kan ons scheiden
Maar door die domme indeling van juf
Werd het, die ene en die beiden
Juf had geen idee, dat zij in de klas
Het geluk voor iemand versperde
Juf had geen idee, dat zij aanleiding was
Tot het wrede verschijnsel, die derde...
Er is altijd een derde
Die fietst achteraan
Omdat er maar twee
Op het rijwielpad gaan
Er is altijd een derde
Die doet niet zo mee
En dat knabbelt wat af
Van die andere twee
El tercero
Tres pequeños niños de la calle Van Royen
Que notaron: en la escuela la vida es dura
Solo pueden estar dos juntos, ¿verdad?
Uno debe sentarse aparte
Tres pequeños niños de la calle Van Royen
Que juraron: nada en el mundo puede separarnos
Pero debido a esa estúpida distribución de la maestra
Fue, ese uno y esos dos
La maestra no tenía idea de que en la clase
Estaba bloqueando la felicidad de alguien
La maestra no tenía idea de que era la causa
Del cruel fenómeno, ese tercero...
Siempre hay un tercero
Que va en bicicleta al final
Porque solo van dos
Por el carril de bicicletas
Siempre hay un tercero
Que no se involucra tanto
Y eso socava un poco
De los otros dos