Comme avant
Il faut que tu t'installes
Dans cet appartement,
Que tu joues à la balle
Et même au cerf-volant.
Il faut que tu t'amuses
De petites bêtes en peluche.
Tu trouveras des ruses,
Tu boiras dans la cruche.
{Refrain:}
Comme avant
Quand tu étais enfant
Murmurant,
Petite fille grandissant
Doucement
Tu regrettes trop souvent
Mais tu es une enfant
Comme avant, comme avant
Tu auras un cerceau,
Un gendarme, un voleur.
Tu feras des châteaux,
Tu vivras de bonheur.
Tu iras le dimanche
Si tu as été sage
Choisir ta robe blanche
Pour un lointain mariage.
{au Refrain}
Ta première communion
Sera la plus jolie
Coiffée de macarons
D'une robe d'organdi.
Mais tu as rencontré
Un beau prince charmant.
Hier soir, tu as quitté
Ton vieil appartement.
{au Refrain}
Doucement
Tu regrettes trop souvent
Mais tu es une enfant
Comme avant, comme avant.
{au Refrain, x2}
Zoals vroeger
Je moet je vestigen
In dit appartement,
Dat je met de bal speelt
En zelfs met de vlieger.
Je moet je vermaken
Met kleine knuffeldieren.
Je zult trucs vinden,
Je drinkt uit de kruik.
{Refrein:}
Zoals vroeger
Toen je een kind was
Flonkerend,
Klein meisje dat opgroeit
Langzaam
Je betreurt te vaak
Maar je bent een kind
Zoals vroeger, zoals vroeger
Je krijgt een hoepel,
Een agent, een dief.
Je maakt kastelen,
Je leeft van geluk.
Je gaat op zondag
Als je zoet bent
Je kiest je witte jurk
Voor een verre bruiloft.
{bij Refrein}
Je eerste communie
Zal de mooiste zijn
Gekleed met macarons
In een organdi jurk.
Maar je hebt ontmoet
Een mooie prins op het witte paard.
Gisteravond ben je vertrokken
Uit je oude appartement.
{bij Refrein}
Langzaam
Je betreurt te vaak
Maar je bent een kind
Zoals vroeger, zoals vroeger.
{bij Refrein, x2}