onstandvastig
Roe kan een zee zijn zonder baren?
Hoe kan een minnaar leven zonder pijn?
Zonder dr oefheid of bezwaren,
Zonder kwelling kan hij niet zijn.
Hoe kan een minnaar zich vertrouwen,
Op de geen die hij bemint?
Op de zwakheid van de vrouwen,
Want zij verander en als de wind.
Eerst is het oosten, dan weer het westen,
Dan is het zuid en dan weer noord,
Heden is het vriendschap en morgen is het kwestie:
Maar zo houdt men geen akkoord!
Die mij eertijds dacht te minnen,
Toont mij nu een stuurs gelaat,
Want zij is zo trots van zinnen,
Ik vind bij haar geen troost of baat.
Hoe zou ik haar durven aanschouwen?
Die ik eertijds te minnen dacht,
Die gaat nu met een ander trouwen!
Wie had zulks ooit van haar verwacht?
Maar ik zal daar om niet treuren,
Gelijk een tortelduifje doet :
Zulks ziet men nog meer gebeuren!
Vaar dan wel, mijn liefste zoet!
Nu wil ik haar niet meer minnen;
Ik houd mij aan de eenigheid.
Ik zet ze liever uit mijn zinnen.
Vaarwel die mijn jong hart doorsnijdt!
Ik aanschouw de wilde dieren,
Die daar loopen in het woud,
En de vogels die daar zwieren,
En op den Schepper ik mij vertrouw!
Inquebrantable
¿Cómo puede ser un mar sin olas?
¿Cómo puede un amante vivir sin dolor?
Sin esfuerzo ni preocupaciones,
Sin tormento no puede estar.
¿Cómo puede un amante confiar,
En aquel que ama?
En la debilidad de las mujeres,
Porque cambian como el viento.
Primero es el este, luego el oeste,
Luego el sur y luego el norte,
Hoy es amistad y mañana es cuestión:
¡Pero así no se mantiene un acuerdo!
Quien antes pensaba amarme,
Ahora me muestra un rostro adusto,
Porque es tan orgullosa de mente,
No encuentro consuelo ni beneficio en ella.
¿Cómo podría mirarla?
A quien antes pensaba amar,
¡Ahora se va a casar con otro!
¿Quién lo hubiera esperado de ella?
Pero no voy a lamentarlo,
Como lo hace una tórtola:
¡Se ve que esto sucede más a menudo!
¡Adiós, mi dulce amor!
Ahora no la amaré más;
Me aferro a la unidad.
Prefiero sacarla de mis pensamientos.
¡Adiós a quien hiere mi joven corazón!
Contemplo a los animales salvajes,
Que corren por el bosque,
Y a los pájaros que vuelan,
¡Y en el Creador confío!