Le Mal De Vivre
Ça ne prévient pas quand ça arrive, ça vient de loin.
Ça s'est promené de rive en rive, la gueule en coin.
Et puis un matin, au réveil, c'est presque rien
Mais c'est là, ça vous ensommeillé au creux des reins.
Le mal de vivre, le mal de vivre qu'il faut bien vivre, vaille que vivre.
On peut le mettre en bandoulière ou comme un bijou à la main
Comme une fleur en boutonnière ou juste à la pointe du sein.
Ce n'est pas forcément la misère, c'est pas Valmy, c'est pas Verdun
Mais c'est des larmes aux paupières au jour qui meurt, au jour qui vient
Le mal de vivre, le mal de vivre qu'il faut bien vivre, vaille que vivre.
Qu'on soit de Rome ou d'Amérique, qu'on soit de Londres ou de Pékin
Qu'on soit d'Égypte ou bien d'Afrique, de la porte Saint-Martin
On fait tous la même prière, on fait tous le même ch'min.
Qu'il est long lorsqu'il faut le faire avec son mal au creux des reins.
Ils ont beau vouloir nous comprendre
Ceux qui nous viennent les mains nues
Nous ne voulons plus les entendre, on ne peut pas, on n'en peut plus.
Et tous seuls dans le silence d'une nuit qui n'en finit plus
Voilà que soudain on y pense à ceux qui en sont pas revenus.
Du mal de vivre, leur mal de vivre
Qu'il faut bien vivre, vaille que vivre.
Et sans prévenir, ça arrive, ça vient de loin.
Ça s'est promené de rive en rive, le rire en coin.
Et puis un matin, au réveil, c'est presque rien
Mais c'est là, ça vous émerveille, au creux des reins.
La joie de vivre, la joie de vivre, faut bien vivre, ta joie de vivre.
Het Kwaad van het Leven
Het komt onverwacht als het arriveert, het komt van ver.
Het heeft gewandeld van oever naar oever, met een grijns erbij.
En dan op een ochtend, bij het ontwaken, is het bijna niets
Maar het is daar, het sluimert in je onderrug.
Het kwaad van het leven, het kwaad van het leven dat je moet leven, wat er ook gebeurt.
Je kunt het dragen als een schoudertas of als een sieraad in je hand
Als een bloem in je knoopsgat of gewoon op de rand van je borst.
Het is niet per se ellende, het is niet Valmy, het is niet Verdun
Maar het zijn tranen in je ogen op de dag die sterft, op de dag die komt.
Het kwaad van het leven, het kwaad van het leven dat je moet leven, wat er ook gebeurt.
Of je nu uit Rome of Amerika komt, of uit Londen of Peking
Of je nu uit Egypte of Afrika komt, van de Saint-Martinpoort.
We bidden allemaal dezelfde gebeden, we gaan allemaal dezelfde weg.
Die zo lang is als je hem moet maken met je pijn in de onderrug.
Ze willen ons wel begrijpen
Diegenen die met lege handen komen
We willen ze niet meer horen, we kunnen niet, we kunnen niet meer.
En alleen in de stilte van een nacht die maar niet eindigt
Plotseling denken we aan degenen die er niet meer zijn.
Van het kwaad van het leven, hun kwaad van het leven
Dat je moet leven, wat er ook gebeurt.
En zonder waarschuwing, het komt, het komt van ver.
Het heeft gewandeld van oever naar oever, met een lach erbij.
En dan op een ochtend, bij het ontwaken, is het bijna niets
Maar het is daar, het verwondert je, in je onderrug.
De vreugde van het leven, de vreugde van het leven, je moet leven, jouw vreugde van het leven.
Escrita por: Monique Andrée Serf