Fim da Picada
Barranco de lado a lado metro e meio só de estrada
Quem saiu de lá com vida de um estouro de boiada
Briga de foice no escuro pra ele é marmelada
Pra quem já caiu no fogo, uma brasa não é nada
Quem está molhado de chuva, não tem medo de sereno
Quem perde um grande amor desprezo é café pequeno
Água quente é refresco pra quem já bebeu fervendo
Quem foi mordido de cobra não tem medo de veneno
A esteira é conforto pra quem já viveu na estrada
O lençol é cobertor pra quem já dormiu na geada
Quem pegou na picareta zomba do cabo da enxada
Brinca na ponta de faca quem quebrou ponta de espada
Quem bateu sino de Roma não pode bater cincerro
Pra quem já enfrentou leão touro bravo é bezerro
É esse o fim da picada meu pagode não tem erro
Quem cantou na grande guerra não pode chorar no enterro
Einde van de Weg
Bovenaan de rand, van kant tot kant, anderhalve meter enkel weg
Wie daar levend vandaan kwam na een kudde die doorbrak
Een vechtpartij in het donker, voor hem is het een makkie
Voor wie al in het vuur viel, is een gloed niets waard
Wie nat is van de regen, is niet bang voor de dauw
Wie een grote liefde verliest, vindt dat maar een kleinigheid
Heet water is een verfrissing voor wie al kokend dronk
Wie door een slang is gebeten, is niet bang voor vergif
De mat is een luxe voor wie al op de weg leefde
Het dekbed is een deken voor wie al in de vorst sliep
Wie met de pikhouweel werkte, lacht om de steel van de schoffel
Speelt met een scherp mes wie al een zwaard brak
Wie de klok van Rome luidde, kan de bel niet meer luiden
Voor wie al een leeuw heeft geconfronteerd, is een woeste stier een kalf
Dit is het einde van de weg, mijn pagode maakt geen fouten
Wie in de grote oorlog zong, kan niet huilen op de begrafenis